Reisverslag Indonesie

Tijdens deze rondreis doen we de eilanden Sumatra, Java en Bali. Het verslag is geschreven door alle deelnemers aan deze rondreis, de 16 reisgenoten hebben per toerbeurt de dag op papier gezet. Ieder op geheel eigen wijze en in eigen stijl, dit maakt het een leuke en afwisselende reisbeschrijving.

dans

Deelnemers

Gerard & Ine
Rien & Jolanda
Eduard & Angéligue
George
Paul & Veronique
Toon & Annette
Laurens & Sandra
Jo & Anita
en reisleidster: Ria


Medan, zondag 13 juni 1993

We hebben een hele reis achter de rug.

De meesten dachten van Amsterdam rechtstreeks naar Kuala Lumpur te vliegen. Helaas, tussenstops in Frankfurt en het steenrijke Dubai. Vervolgens nog een (binnenlandse) vlucht van Kuala naar Medan met een tussenstop in Penang (Maleisië).
Na zoveel opstijgen en landen en na het "overladen" van de bagage kon je er op wedden dat er wel iets mis moest gaan. En jawel, bijna iedereen was een deel van zijn bagage of zelfs alles (zoals ik) kwijt.
Dat werd gelukkig allemaal in orde gemaakt.

Vervolgens met de bus naar het hotel.
In eerste instantie even schrikken, Het hotel lag voor de helft aan diggelen.
Toch erin, kamers met airco (!) en muggen. Na het korte middagdutje was het al 3x prijs ; 3 bulten.
Na het dutje voor de eerste keer in een beçak van hotel naar geldwissel.
Vraagprijs rit 2.000 rupiah, We zijn 500 rupiah overeengekomen.

Op de geldwissel werd "toevallig" een "plotselinge" koersval van de gulden genoteerd. Met de hand werd de koers teruggebracht van 1040 naar 10101! Volgens mij stond de koers 5 minuten later weer op 1040 maar de beambte zag aan mijn postuur (1.98 m) wel dat er meer voor hem te halen moest zijn!
Vervolgens met zijn allen lekker gegeten in het hotel. Effen wennen, voor ƒ 7,-- staat de maag strak in de plooi.

Tenslotte nog een avondritje in de bejak naar het postkantoor om het thuisfront te melden dat we safe in Indonesië zijn.
Nu (22.15) ben ik toe aan mijn eerste echte nachtrust. Morgenvroeg bulten tellen.
Ik gok 7 …………. en zijn er o,o !

Eduard


Tuk Tuk, maandag 14 juni 1993

We zijn om 7.00 uur opgestaan. Na het ontbijt met de beçak naar de bank om geld te wisselen. Retourtje 3.000 rupiah.
Om 10.00 uur zijn we vertrokken richting Parapat.

We zijn gestopt bij een rubberplantage en een cacaobonenplantage. Na wat foto's en gefilmd te hebben, hebben we gegeten bij een restaurantje. Nasi goreng en gado-gado, het smaakte heerlijk.

Om 15.30 uur waren we in Parapat, waar de boot klaar lag voor ons. Na 3 kwartier varen over het Tobameer kwamen we in Tuk Tuk.
We werden hartelijk welkom geheten door het personeel met een welkomst­drankje.
Toen zijn we naar onze kamers gegaan. Mooie grote kamers met ligbad en een gewone wc
Nadat de koffers weggebracht werden door jongens, die lachend hun fooi kregen, hebben we een duik genomen in het Tobameer. Het was ± 17.00 uur en de schemer begon te vallen.

Na een heerlijke douche hebben we met de groep gegeten in het hotel. Het waaide inmiddels flink en regende bakstenen, kortom Hollands weer, dus eten met lange broek en trui. Soep, rijsttafel en fruit toe voor 7.500 rupiah.
Het personeel was erg vriendelijk en 1 van hen vroeg of we een Batak groep wilden horen. Hierna hebben we een "show" van 1 uur gehad met allerlei volksliedjes. Tot slot een polonaise en dans met zijn allen.
Na nog een borreltje en het dagprogramma van morgen te hebben doorgepraat zijn we om 23.30 uur naar bed gegaan.

Gerard

Tuk Tuk, dinsdag 15 juni 1993

Vandaag om 7.00 uur opgestaan. Het is nogal bewolkt.
Na het ontbijt zijn wij motoren gaan huren, voor het ongelofelijke bedrag van 20.000 rupiah per dag (full petrol, no insurance) en pispot voor de bestuurder. In het begin was het wel wennen om op zo'n race monster te rijden.
Het plan was om naar Tomok te rijden. Echter een zeer vriendelijke Indonesiër stuurde ons de andere kant op richting "hot springs". Onze eerste stop is in de buurt van Simanindo. Daar hebben we een Indonesisch graf en een dorpje met Batak-huizen bekeken.
Onze volgende stop is bij "Henry", een echt bruin café.
De wegen zijn niet al te best en dat is goed te merken aan het zitvlees. In tegenstelling tot wat ik verwacht had, blijft het bewolkt en wordt het niet snikheet, kortom lekker weer om motor te rijden (zonder rijbewijs).
Na bij "Henry" wat gedronken te hebben, rijden we in één keer door naar "Hot springs". Daar staan al mensen te gebaren dat we moeten stoppen en de motor moeten parkeren. Gelukkig hebben we dit genegeerd, anders waren we weer vele rupiahs lichter geweest. Voordat we aan de voettocht naar de "Hot springs" beginnen, hebben we eerst geluncht. 
De heet waterbronnen waren wel aardig, het stonk er echter ontzettend naar zwavel.
We rijden weer, nu de heuvels in naar een uitzichtpunt. Als we daar bijna zijn, krijgt Gerard pech. Eduard vraagt een vrachtwagenchauffeur om hulp. Hiervan krijgen we zeer deskundige hulp. We besluiten om terug te keren.
Onderweg wordt er nog een paar keer gestopt. Bij één van de stops worden we uitgenodigd om Indonesische koffie te drinken. Echt lekker was het niet, dit hebben we natuurlijk niet laten merken.
Het laatste stuk naar het hotel gaan we als een speer. Het motorrijden was heel leuk. Ik denk dat voor velen een jongensdroom is uitgekomen, voor mij in ieder geval wel.

's Avonds hebben we gegeten bij Carolina's cottage, ook daar was het eten heerlijk en goedkoop. Op de terugweg naar het hotel nog een neutje gepakt.
Het was een enerverende dag.

Rien

Tuk Tuk, woensdag 16 juni 1993

Na het ontbijt vertrokken we met de boot voor een tocht langs de noordkant van het eiland.
Na circa 1 uur begaf de motor het en moesten we overstappen op een ander bootje. De wat al te enthousiaste schipper ramde ons eerst nog bijna, maar dat liep nog net goed af. Samen met 't Maleisisch reisgezelschap op deze boot voeren we verder naar Simanindo, waar we een Batak dans bijgewoond hebben.
Bij de laatste dans mochten er ook toeschouwers meedoen, waaronder Eduard. Door zijn grote lengte (1.98 m) stal hij de show.

Hierna zijn we op een andere boot mee gelift naar "Honeymoon" eiland. Hier hebben we wat gegeten en gezwommen. Een aapje zorgde hier voor enig vertier. Vanuit een boom kwam hij over de grond langzaam (maar doelbewust !) op ons toegelopen, om vervolgens flitsend snel op een tafel te springen en het bord van Laurence en Sandra te plunderen. Ditzelfde trucje haalde hij even later ook nog uit bij wat andere gasten.

Om 14.30 uur zijn we terug gevaren naar Ambarita. Dit bleek een wel zeer toeristisch dorpje te zijn, waar de mensen je van alles probeerde aan te smeren.
Een gids verteld vervolgens iets over de Batakhuizen en over de stenen tafels en stoelen in het midden van dit "dorp". Verder hoorden we dat er in dit dorp veel honden op tafel terecht komen (dogmeat). Vandaar dat er zoveel honden rondlopen.
Na een licht meningsverschil met de gids vertrokken we weer naar het hotel waar we om een uur of vijf aankwamen. Daar hoorde we dat er een paar ongelukjes gebeurd waren tijdens ’t motor- /brommerrijden bij de andere Djoser groep, die we zo af en toe eens een keer tegenkomen.
Gezien onze ervaringen van de vorige dag, was dat niet eens zo verwonderlijk. De weg zit nl. vol bochten, en overal zitten gaten in de weg (en in de bruggen).

's Avonds zijn we weer even gezellig uit gaan eten bij Dewi's. Hiermee sluiten we de laatste dag op het eiland Samosir af.

George


Sidempuan, donderdag 17 juni 1993

06.15 uur de wekker maakte een kabaal, geen zin om de wekker uit te zetten. Na 15 minuten toch maar gedaan anders maak je de hele buurt wakker. Pas om half 8 ontbijt.
We zouden een hele reis voor de boeg hebben, wat inderdaad ook zo was, 08.15 uur vertrokken en om 18.00 uur aangekomen met pijn en moeite. We kregen het af en toe Spaans benauwd, of liever gezegd Indonesisch benauwd. Sandra was wagenziek geworden en had moeten overgeven. Ikzelf voelde me ook niet zo lekker.

Toen de chauffeur voor de tweede keer het wiel repareerde, mochten we effen onze benen strekken.
Jo kreeg een paar dorpelingen in het oog en wilde direct al filmen. Helaas ze gingen er allemaal vandoor.

Eindelijk waren we in het hotel gekomen. Nou daar wil ik niet veel woorden aan vuil maken. Pieeep!

Na ongeveer 2 uurtjes geslapen te hebben, gingen we eindelijk eens eten. De mensen zaten ons echt aan te gapen of we marsmannetjes waren, maar ja als we ook een figuur van 2 meter bij ons hebben dan is dat niet zo raar. Ik dacht eindelijk eens lekker te eten, moest ik ook nog overgeven. Ja dan ben je echt blij dat je weer eens naar bed kan gaan.
Morgen vroeg om 06.00 uur op!. Daar gaan we weer.

Laurence

Bukittinggi, vrijdag 18 juni 1993

Om 22.00 uur op onze kamer te Bukittinggi hebben we de tijd deze enerverende dag te overdenken.
Om ca. 05.00 uur 's morgens werd Anita reeds gewekt door de "mechanische" Allah. Zo hoefden we niet door de wekker om 05.15 uur te worden gewekt.
We hebben vanuit Padang Sidempuan nog een lange busreis naar Bukittinggi voor de boeg. Eerst maar ontbijten.
Iedereen zal om 06.00 uur stipt aan tafel zijn. De drie bekende tosti’s, kaas, ei en carameljam en hete thee.
De koffers worden in de bus geladen, terwijl we gade geslagen worden door tientallen "vieze" mannetjes. Ze hingen over het balkon van hun verblijfsruimte. Met de moeizame conversatie begrepen we dat ze studeerden, natuurlijk de Islam.

De reis naar Bukittinggi zou ca 7 uur in beslag nemen, de afstand is iets meer dan 200 kilometer. Het gemiddelde kwam door de vaak erbarmelijke weg en de vele bergpasjes dan ook niet boven de 30 km uit. En dan te bedenken dat dit de beste verbinding over Sumatra is van Medan naar Padang.
Hobbelend kwamen we bij een dorpje, na enige uren, waar we even uit stapten en over de markt liepen.
Weer terug in de bus hobbelden we langs vele Indonesische nederzettingen, met de bekende armoedige houten huisjes op palen en golfplaten dak. En kinderen, huisdieren en nog eens huisdieren. Allemaal vrolijk wuivend en hallo roepend.
Onderweg zagen we op een marktje een kapper in de open lucht, waarschijnlijk ging hij de dorpen af zoals bij ons het scharensliep.
We stopten nog bij een islamitische school, waar we niet in mochten (de vrouwen niet). Indrukwekkend waren de duizenden studentenkamertjes. Houten hutjes van 3 bij 3 meter met een rieten dak tegen elkaar gepropt. Ik werd door een student uitgenodigd "zijn" kamer te bekijken. Het kot was donker en bedompt en er lagen nog twee studenten op de grond te slapen. En bij ons de studenten maar klagen.

Om half twee stopten we bij een pittoresk restaurant aan een zelf aangelegd meertje. Na mie goreng, nasi goreng, gado gado of soep gegeten te hebben, stapten we weer in de bus.
Ons zitvlak was nog vierkant van de voorbije uren hobbelen. Maar ja de belevingen van het landschap afwisselend met diverse tropische bomen, rijstvelden en nu en dan een bergpasje vergoeden veel.
Onze chauffeur is een kei in millimeterwerk. Je moet je vinger niet uit het raam steken, want hij wordt er door een tegenligger geheid afgereden.
Na enkele uren kwamen we bij de evenaar. Natuurlijk moesten we het potsierlijke punt met aardbol fotograferen. Echt toeristen!

Om 18.00 uur waren we in Bukittinggi, een levendige en gezellig stadje. Ons hotel is in één woord puik, alleen het restaurant had blijkbaar niet op vraatzuchtige hollanders gerekend. Na een volle schotel Fried chicken, wilde Eduard nog een rijstgerecht bestellen, jammer die was op.
Zo we gaan nu lekker slapen en zijn nieuwsgierig wat de dag van morgen ons brengt.

Jo (old papa)

Bukittinggi, zaterdag 19 juni 1993

's Morgens geen wekker nodig, het vervelende gejammer uit de luidsprekers van de vele moskeeën wekte ons al om 04.30 uur (dat is geen tijd voor een vrije dag) dus toch maar doorslapen (voor zover mogelijk).
Om half 9 aan het ontbijt en dan op naar de markt. De markt was niet zo vies en smerig als wij allen hadden gedacht maar wel typisch Indonesisch.
Ik heb nog een t-shirt gekocht voor het luttele bedrag van 3000 rupiah (vraagprijs 8000). Na veel afdingen zijn er ook nog 3 rugzakken gekocht door Jolanda, Angélique en Annette (voor 9000 en 7000, vraagprijs 12 en 10.000).
Na de markt zijn we naar Ford de Koek gelopen, hierover kan ik zeer kort over zijn, het stelde niets voor.
Daarna even snel terug naar het hotel voor een sanitaire stop (want ons hotel werd door de bevolking bestempeld als "the clean one").

Na deze pauze snel naar de Ngarai Canyon want daar wilden we nog wel "even" een uurtje in rond lopen.
Nou het blijkt later dat we al aardig wat hebben opgestoken in Indonesië want het werden wel 5 uren, maar ja in Indonesië neem je het niet zo nauw met de tijd. Het werd wel een enerverende tocht, want we wilden graag naar de "vliegende honden" omdat een andere groep, die samen met Ria 's morgens al naar de Canyon waren geweest, hadden gezegd dat het zeker de moeite waard was.
Aan het begin van de Canyon kwam er een Indonesiër naar ons toe die wel als gids wilde dienen. Wij vroegen hem hoever het was, volgens hem dus circa 1 uur lopen. Later bleek dat dit dan wel op zijn tempo was, en dus duidelijk niet dat van ons. Na veel klimmen en sluipen door de dichte bebossing stonden we dan toch onder in de Canyon bij de rivier. Deze rivier moesten we enkele malen oversteken, dus steeds schoenen uit en schoenen aan.
Bij iedereen gingen de voeten steeds meer pijn doen, maar ja je wilt je schoenen toch droog houden.
Bij Jolanda lukte dat niet helemaal want bij een oversteek liet zijn haar zonnebril in het water vallen en zonder nadenken pakte zij hem uit het water met de hand waarin zij de schoenen had. Ina en Angélique besloten om toch maar op de schoenen door het water te gaan omdat de voetzolen het niet meer aankonden.

Na de vliegende honden te hebben gezien (welke niet weg wilden vliegen) zijn we doorgelopen naar het "zilver dorpje" Kotagadang waar een enkeling nog wat oorbellen heeft gekocht.
Daarna snel terug want het begon alweer donker te worden en dat gaat hier heel snel. De terugweg was wel korter maar we moesten toch nog een keer afdalen in de Canyon en dus ook weer omhoog.
Nog een stukje door een rijstveld en daar haalde dus iedereen die de schoenen droog had gehouden alsnog een paar natte schoenen.
Net voor het donker was kwamen we totaal uitgewoond aan bij het hotel waar iedereen snel wilde douchen want we waren aardig bezweet.

Om half 9 zijn we gaan eten bij Sari, die had "goeie spul" alleen waren zij daar wat in de war want we kregen eerst het hoofdgerecht en daarna de soep. Maar iedereen zat behoorlijk vol, bij een enkeling moest de broek op de "vreethaak" en dat voor 82.250 rupiah voor 11 man.
Ik ga nu weer snel slapen want om 04.30 zijn we weer wakker (i.v.m. Allah).

Toon

Bukittinggi, zondag 20 juni 1993

Na een weekje verdekt opstellen tijdens het ontbijt ben ik nu toch echt uitverkoren het estafette pennetje van Toon over te nemen. Voorwaar geen sinecure! De gemeente grenzen van Zierikzee zijn misschien klein, de schrijvers des te groter.
Maar vooruit: de Minangkabau tour.

Ria heeft voor de verandering maar eens een lokale gids uit de hoge hoed getoverd : Yos (zeg joos).
Yos is een sympathieke student die de streek goed kent. Hij wil onder de naam "Yos" wel iets gaan doen in reizen.
Dat gevoegd bij het feit dat "old-papa" nog iets van een bungalowpark op wil gaan starten op Samosir onder de naam "Jo"-ser betekent dat de concurrentie voor Djoser volgend jaar moordend zal zijn.
Voor onze groep maakt het allemaal niks uit, want wij gaan volgend jaar met alle kinderen naar Centerparcs, maar dit terzijde.
De eerste grote stop was bij een koffiemalerij. Daar konden we zien hoe met behulp van een waterrad de koffiebonen fijn werden gestampt, en de koffie door zgn. koffiedames uit werd gezeefd. De plantage leverde schitterende fotogenieke plaatjes op.
Het paleis van de koning mocht er ook zijn, maar 's was wel een ietsjes toeristisch.
Yos kwam nog met een verhaal dat de vrouwen het voor het zeggen hebben in de Minangkabau cultuur. Nou daar hadden we niet zover voor hoeven reizen, want bij ons is het niet veel beter.
Ons "twaalf-uurtje" haalden we deze keer om 'n uur of één bij een Padang-drive-in.

Toen iedereen zijn gebit weer enigszins bij elkaar had geveegd, reden we naar een Minangkabau-huis van ± 300 jaar oud. Hier woonden kennissen van Yos. En dit is waar we het allemaal voor doen: de bezoekjes bij de gewone man.

Na een drankje aan het meer (temperatuur van het water 30° C) was de laatste stop bij een weverij annex houtsnijwerkplaats. De dames weefsters moeten werkelijk een engelen geduld hebben want een beetje kleed met een leuk motiefje nam al vlug een maand of drie in beslag (exclusief ATV en ziekteverzuim).

Precies volgens Indonesische planning kwamen we in plaats van 14.00 uur om 17.45 uur bij het hotel aan.
De Minangkabau-tour was werkelijk een cultureel hoogstandje van West Sumatra.
Veel zien, weinig lachen denk je dan. We zitten hier uiteindelijk niet voor ons plezier.
Nou, dat veel zien lukt meestal nog aardig, maar dat weinig lachen zit er bij dit gemêleerde gezelschap helaas niet in.
Voor in de bus waren we allang blij dat Eduard op de achterste bank had plaatsgenomen. Tegenover dat gezever uit Nieuwkuijk is het geronk van de dieselmotor natuurlijk een geschenk uit de hemel.
Presteert-ie 't om plotseling op zijn knieën achter in de bus als een Aziatische uitvoering van Eduard Odekerke uit volle borst Allah aan te roepen.
D'r gebeuren overigens wel meer mysterieuze dingen in de groep. Laurence "Rambo" springt ± 3 meter de lucht in als hij met zijn ingebouwde radar binnen een straal van 100 meter een turbovlieg signaleert. George, een nette, bescheiden jongeman verandert in een beest als hij op het achterdek van een boot in het gezelschap van twee Indonesische schonen verkeert. Old papa is filmend Steven Spielberg definitief aan z'n tweede jeugd begonnen en als je een Indonesiër zonder oren tegenkomt dan weet je dat Eduard die net van zijn kop heeft geluld.
Verder lijkt alles sultana en egg (=koek en ei). Maar toch knaagt er iets in me. Ik ben geen Harry Mulisch, ik kan het niet omschrijven, maar elke keer als ik een gevlochten mat zie dan denk ik: Ria, Ria ……………..de grotten!!

Paul


Jakarta, maandag 21 juni 1993

Hotel New Kanya (Jalan Jaksa)

Even aansluiten op Paul; geen oude gevlochten matten uit het Tobameer halen, Paul!
Maar goed, men zegt dat democratisch (in Indonesië) is besloten dat ik ook hierin moet schrijven. Dus vandaag heb ik de "eer" om de Djoser traditie voort te zetten en een dag vanuit de ogen van de reisbegeleidster te beschrijven "Tidak apa apa"
Afscheid nemen is iets waar ik een gruwelijke hekel aan heb maar omdat door de hitte hier alles verdampt kon niemand mijn tranen zien toen we in Padang afscheid namen van Ari en Budi (onze buschauffeur + bijrijder).
Mijn assistent reisbegeleider Eduardo en Angélique maakten er gelukkig nog een heel plezierig afscheid van door met Ari en Budi Indonesische en Nederlandse karaoke te zingen, gefilmd door cameraman Paultje.
Het inchecken vervolgens ging heel gemakkelijk. Het ging mij allemaal een beetje te goed, tot er opeens zomaar een briefje hing met de woorden: "berhangkat MZ 233 jam 17.00". Dikke vertraging dus.
Tidak bagus, maar we zijn in Indonesië (jam karet) en we maken ons niet druk. Gelukkig hebben de meesten dat drommels goed in de gaten (heerlijk zo'n groep) en na een hapje eten (nou ja, eten) in een luchthaven restaurantachtig gevalletje, ging iedereen z'n gangetje.

Omdat ik nog steeds te weinig bahasa ken, grijp ik wel eens een gelegenheid aan om door oefenen hier wat aan te doen. Dus de luchthaven security moest eraan geloven. Vonden ze trouwens niet erg. Achteraf zag ik 't toch wel als "goodwill" kweken (toch niet voor niks PR & comm. gehad tijdens m'n studie) want als die ene lange mij niet verteld had dat we een ander vliegtuig (dus andere zitplaatsen) kregen, we nu misschien nog wel in Padang zouden zitten.

En dan dat doosje met eten; even m'n walkman met m'n bandje van "The Scène" (nee, niet Snake in the grass van de Bintangs) uitlenen, doet'echt wonderen.
Over die luchtzak hoeven we 't niet meer te hebben, want die hebben we wel gevoeld.
Over die chauffeur en bijrijder hoeven we 't ook niet te hebben want "die zien we nooit meer terug".
Als "mijn" chauffeur nou maar op tijd uit dat gezellige Bali vertrekt ………..Liften naar Bogor/Bandung? Dat is toch DJOSER avontuur???
(22-e juni; voor Angélique de pen ter hand neemt, nog even een boodschapje voor Paul »» op de 3-e verdieping van 't warenhuis "Sarinak" zitten er mensen matten te vlechten; en ze zijn ook nog te koop !).

Ria

Jakarta, dinsdag 22 juni 1993

Dit is een dag geweest die ik nooit meer zal vergeten. 's Morgens togen we naar de stad, naar Kota, de taxichauffeur had er nog nooit van gehoord. Hij moest een adres hebben.
Eindelijk aangekomen in Kota, gingen we even cultureel doen. Het Jakarta museum waar we meteen een gids aangeboden kregen. Na wat onderhandelen gingen we met hem mee. Hij studeerde geschiedenis dus hij kon ons veel vertellen over die moorddadige Hollanders. Eentje presteerde het om 500 Chinezen op één dag te laten doden. Bij elkaar zo'n 10.000 Chinezen. Je schaamt je eigen rot maar dat is verleden tijd, je moet niet omkijken volgens hun.

We gingen nu naar de sloppenwijken, daar zijn we helemaal doorheen gewandeld, nauwe straatjes ± 1 meter breed, overal kinderen en oudere mensen, je loopt met je hoofd door het wasgoed. En het mooiste: iedereen was vrolijk, iedereen lachen en groeten. Ik als "ambassadrice" kon het natuurlijk niet laten om wat pennen uit te delen, zelfs ouderen kwamen op me af gesneld. Hier hadden ze geen zakcomputertjes, hier was een pen wat waard, dat is toch het minste wat je kunt doen I

Toen op naar China Town, naar de oudste boeddhistische tempel. Je zag hem maar amper door de rook, van kaarsen en wierook. Eruit gekomen liepen de tranen over mijn wangen.
Daarna nog over een markt gelopen, verse kikkerbilletjes, kanaries voor 250 (vertelde hij). Een man fietste ons tegemoet met wel 40 levende kippen aan zijn stuur gebonden, een gekakel van jewelste.
Nog even afscheid nemen van de gids, eten en zwemmen. Je voelde je echt vies.
Op naar het "Grand Hyatte hotel", er was ons verteld dat je daar mocht gaan zwemmen. De deur werd voor ons opengedaan. Oh jee wat een luxe, zoiets hadden wij "rijke" westerlingen nog nooit gezien.
Een marmeren trap, overal botanische planten, kroonluchters, mannen met gouden knopen. Een beetje lachend liepen we maar door, de weg werd netjes gewezen. Dat gaat goed dachten we, in een lift met spiegels naar de 5-e etage. En toen ging het fout we moesten in een boek naam en kamernummer schrijven. We hebben 5 minuten buiten rondgekeken, in één woord schitterend. Overal ligstoelen, een bar, een zwembad met fonteintjes, overal mooie bomen en planten. Daar kwam echter de livrei aan, we moesten eruit. The facilities were only for guests of the hotel, werd ons duidelijk gemaakt.
Wij weg, daar sta je dan moe en stoffig met de geuren van Kota aan je lijf.
Het volgende zwembad werd onze badkuip.

Angélique


Bandung, woensdag 23 juni 1993

Vandaag weer een dagje bussen met hier en daar een stop.
Na het ontbijt zijn we om 8.00 uur vertrokken richting Bogor. We hebben een grote bus en Harrie is onze chauffeur met als bijrijder Samsu.
Om 9.15 uur zijn we Bogor (Buitenzorg) voor een wandeling door de botanische tuin.
Onze gids is een "very old papa", die zelfs Ria een fooitje liet betalen.
Nadat we alle souvenir jagers van ons af hebben geschut, gaan we op zoek naar de bus. Na een korte omzwerving vinden we hem en zetten we koers richting de theefabriek.
Hier hebben we een korte rondleiding. De fabriek ziet er voor Indonesische begrippen modern uit. Alleen de zakjes worden met de hand in doosjes gedaan en in cellofaan gedaan.
De bus weer in voor een hapje eten.

Volgens de boeken van Ria ligt er boven op de Punçakpas een goed restaurant, inderdaad we hebben er lekker gegeten. Het was fris en mistig boven op de berg. Na het eten zijn we in circa 1% uur naar Bandung gereden. Op deze dag hebben we de eerste theeplantages en theeplukkers gezien.

We arriveren om 16.00 uur in Bandung. Het hotel is netjes en we hebben een airco.
Om 18.00 uur gaan we met 12 man en vrouw in 3 taxi' s richting centrum om wat rond te wandelen en te eten. Jo had een goed adres om te eten. Na 3x de verkeerde kant op te zijn gestuurd, laten we ons brengen door een paar jongens. We belanden in een zeer nette tent waar de meeste friet met 2 melige kroketten eten. Ook hebben we hier gehoord dat Eduard en Paul elk weekend samen een potje golf spelen. Na al deze informatie rekenen we af.

De ene helft gaat terug en de anderen Eduard, Angélique, Gerard en ik drinken nog wat in een Pub. Het was heel gezellig, totdat Eduard een aanzoek kreeg van zijn buurman voor "een walk outside". We hebben maar snel afgerekend en hebben de taxi terug genomen.

Ine

Pangadaran, donderdag 24 juni 1993

Nu iedereen er aan gewend is om rond ± 4.15 te worden gewekt door Allah, bleek hij vandaag een ADV-dag te hebben. Zoals een goed "moslim" echter betaamt toch velen rond die tijd wakker. Gelukkig maar dat we vandaag weer verder trekken, want als je in deze big city Bandung niet eens meer van Allah op aan kunt, waar blijven we dan!
Na het ontbijt van half 7 (inderdaad het wordt steeds vroeger i.p.v. later en dat noemen ze vakantie) met de bekende toost, jam en voor de verandering een gekookt ei i.p.v. gebakken, vertrokken we precies om 7.00 uur.
Eerst gingen we naar een Wajang poppen fabriek in Bandung. Deze poppen worden uit een speciaal soort hout gesneden zodat het hout later niet kan scheuren omdat het droog wordt. Daarna in de grondverf, goudkleurig laagje er over heen, beschilderd en aangekleed in ± 7 dagen. Om 7.45 uur hadden we onze eerste excursie er opzitten.
Na even gestopt te zijn bij het postkantoor en de bank gingen we weer op weg.

Vandaag is er trouwens een kleine verandering in de groep te constateren. In plaats van te wachten op iedereen geldt nu de regel: "als we met z'n 14-en zijn, dan is dat ook voldoende" en kunnen we op weg.
Aangezien degene waar we op moesten wachten de voucher voor het hotel in Kuala Lumpur heeft (old papa) vonden we het toch beter om voor deze persoon wat zorgzamer te zijn.

Hierna weer op weg voor een tocht door de bergen. Harrie houdt z'n voet stevig op het gaspedaal en de claxon in z'n hand. Gelukkig heeft hij een feilloos gevoel voor timing (dat we weer op de eigen weghelft zitten) en voor afstand schatten. Na ± 1 ½  uur stopten we voor een mooi uitzicht en weer na enkele seconden kwamen uit alle hoeken en gaten kinderen. Een paar van onze groep deelden wat snoepjes uit waarbij bijna een "vechtpartij" ontstond. Hier geldt duidelijk het recht van de sterkste.

Allemaal weer in de bus en vlak daarna stopten we in een typisch authentiek Sundanees dorpje.
Enkele vrouwen waren rijst aan het zeven en hielden terstond op toen de camera's gereed werden gemaakt. Tevens zijn we nog bij iemand in zijn huis geweest. In het dorpje leven 300 mensen (100 families) (jullie zien, ik heb goed opgelet). Na een soort "pelgrimstocht" zaten we weer in onze airco-bus (toch de Boer & (Z)Wendel?).

Om ± half 1 zijn we gaan eten waar levende (live) muziek was. Toch kon deze band het niet halen bij het bandje met echte Indonesische muziek van "old papa". Enige inspanning moest echter worden verricht om het te kunnen horen maar volgens "deskundigen" bleek dit aan de hifi installatie te liggen.

Met de voet weer stevig op het gaspedaal reden we verder.
En om ± 16.00 uur kwamen we precies volgens planning (in de namiddag) in Pangadaran aan.
Na een welkomstdrankje en wat zwemmen in het zwembad van het hotel begint het vakantiegevoel nu daadwerkelijk te komen. 's Avonds onder leiding van Paul, als restaurantleader, op weg naar Cilacap. Uit voorzorg hadden we 500 extra rupiah meegenomen indien we het restaurant niet op eigen kracht konden vinden. Na een lekkere maaltijd terug gereden met een Beçak, slaapmutsje gedronken en naar bed.

Jolanda

Pangadaran, vrijdag 25 juni 1993

Al 2 weken in Indonesië

Na zoveel te hebben gereisd, was iedereen toch wel moe aan het worden. We waren wel allemaal erg bruin geworden, onder de ogen (dikke wallen dus). Daarom hadden we besloten een rustige RELAX-dag te houden.
Eerst uitslapen tot 8.30 uur (in Nederland zou je dit "vroeg opstaan" noemen). Daarna ontbijten, je kon uit 4 menu's kiezen: brood met gekookt ei of brood met gebakken ei (wat een variatie hè) en pannenkoek met papaya of pannenkoek met ananas. Op zich is het wel een luxe als je mag kiezen. Alleen, er moet wel genoeg van zijn. En daar had het hotel blijkbaar geen zin in. (Gisteravond wilden ze bijvoorbeeld niet voor 14 personen koken, teveel moeite). Vanmorgen kreeg old papa geen brood. Finisht en daar kun je het dan mee doen.

Na het ontbijt gingen Laurence en ik even naar de bank. EVEN??? We hadden ons wel verkeken op de afstand, we hebben ± 3 km gelopen. Teruggaand hebben we maar een beçak gepakt, maar dan wel een echte!
In Medan keek ik mijn ogen uit toen ik de fiets naast de stoeltjes zag. En al helemaal toen ik beçaks met brommer er naast zag! wat modern! Achteraf bleek dat toch iets voor Sumatra te zijn. Hier heb je gewoon de echte traditionele beçaks, met fiets achter de stoeltjes.

Daarna zijn we de was gaan doen. De helft van de groep eigenlijk, sommigen laten de was doen, d.w.z. de elite onder ons (de andere helft was al "bankrut").

Na de was zijn we naar Pasir Putih gegaan, het zgn. witte strand. Je kon daar met een "prao" (bootje) naar toe varen en dan kwamen ze je weer ophalen. Je kon daar lekker zwemmen. De golven waren daar niet zo gevaarlijk als hier.Wat wel zo gevaarlijk was, waren de door honger gedreven kaapzuchtige apen. Anita had nog maar net de broodjes uit de tas gehaald of ze werden alweer weggekaapt. Gelukkig deden de apen verder niets. Als je wat zand gooide renden ze alweer weg. Dat is toch weer heel wat anders dan die aap in Sumatra. Die zat rustig cake te eten.
Laurence wilde er een foto van maken omdat dat er zo grappig uitzag. Die aap dacht bij zichzelf: "wat, mij storen onder het eten?" Wacht maar eens!!, en hij viel hem toen aan.
Laurence, zo bang als hij is van beestjes, schrok zich een aap en viel achterover. Maar achter hem stond een hek.
Als de jongens hem niet opgevangen hadden, dan ging het mis hoor!...

O ja, voordat ik het vergeet:
Natuurlijk waren er weer Indonesiërs op het strand die vroegen of ik ook Indonesisch ben en die taal ook spreek.
For once and for all vertel ik het:
Mijn grootouders waren alle vier halfbloed;  een beetje  Indonesisch, Nederlands, Duits en Indiaas.
Mijn ouders zijn dus 1/4 bloed en ik weer 1/16. In ieder geval ben ik "Orang Belanda", dat staat in mijn paspoort.
En of ik Indonesisch ken! "sedikit" (= een beetje).

Om ongeveer 15.00 uur gingen Laurence en ik weer terug (naar het bruine strand) op weg naar het restaurant "Relax". We hadden er gisteren ook al gegeten. De menukaarten zijn half engels, half duits. M.a.w. dat moet wel goed eten zijn, en dat was het ook.
Kip met salade (het leek wel koude schotel: worteltjes, tomaten, uien, aardappelen en ei met mayonaise door elkaar, omringt door een witte kool blad) en frites. Cola, lemon en fruitsalade voor 13.200 rupiah (2 personen).
Onder het dessert kwam een man op ons aflopen. Hij maakte een hoop gebaren en wees naar de vlag van Nederland. "Ja, wij komen uit Nederland". Toen liet hij ons een "gastenboek" zien en daarin stond dat hij, Dayat, doofstom was maar heel goed kon masseren. Zijn vriend, een man uit Nederland, had voor hem een begin gemaakt in het "gastenboek" en Dayat op zo'n manier aan ons aanbevolen.
Zo kan Dayat, ook al is hij doofstom, toch zijn geld verdienen (zonder te bedelen, bedoel ik) lief hè?
Laurence maakte meteen een afspraak voor morgen om 17.00 uur. Nou, ik ben benieuwd.

Na het eten gingen we ons uitgebreid opfrissen, douchen, om rond 19.00 uur met de groep op het strand te gaan barbecueën. Best gezellig; muziek, kampvuur, dansen, lekker eten en cocktaildrank. Een jongen gaf, samen met onze bijrijder, een show van Sundanese dansen. Ik weet niet waarom maar daarna begon het te regenen (± 20.45 uur). Het was me een dagje wel, zo'n relaxdagje, je wordt er wel moe van. Welterusten,

Sandra


Pandangaran, zaterdag 26 juni 1993

Vanmorgen 7.00 uur opstaan voor de jungle tour. Om 5.00 uur werden we gewekt door kwetterende, luidruchtige Indonesiërs. Dit keer was het dus niet Allah die ons wekte.
Gewapend met twee broodjes en water, filmcamera en zwempakken gingen we op stap. We waren wel benieuwd wat ons weer te wachten stond.
Langs 't strand liepen we naar het nationale park. Na een fikse klimpartij kwamen we op een open vlakte.
Na enig speurwerk ontdekte we karbouw en zowaar iets verder enige herten. De groep was iets uitgedund enkele dames waren met min of meer vage klachten thuis gebleven.
We klommen in de schaduw van het oerwoud over glibberige en steenachtige paadjes vol lianen en slangenbomen (rotan).
Onze gids hing op een gegeven moment als een aap boven een kloof aan een slangenboom. Deze acrobatische capriolen mochten wij ook proberen. Mijn sportieve mannetje wilde als eerste (old papa) de gok wel wagen. Hij is niet voor niks een aap in de chinese astrologie. Toen konden de jongeren in de groep niet achterblijven. Iets verder ontdekten we een zwerm vliegende honden.

Na weer enige klim- en glibberpartijen kwamen we bij een verfrissende waterval met een in de rotsen gelegen grote poel die wel 3 meter diep, breed en lang was. Dit wilden we niet missen, 't was best wel koel, lekker zalig koel. Je had het gevoel dat je weer een beetje bij kwam.
We trokken weer verder en zagen een grote bruine bobbel in een stam van een boom. De gids legde ons uit dat dit een mierennest was dat zich in het hout invrat. De kruin was al afgestorven, na twee jaar verhuisd zo'n zwerm naar een volgend slachtoffer.
Na een lange rustpauze zijn we naar grotten gegaan waar stekelvarkens bleken te zijn. Maar zij kwamen niet te voorschijn, volgens de gids hadden ze al teveel nootjes van de toeristen gehad. Het leek of sommige mensen van de groep in hun broek hadden gedaan, ’t leek wel een sauna, iedereen transpireerde zich te pletter.
Om 1.00 uur gingen we met de beçak terug.
Lekker gedoucht en gezwommen in het zwembad.
Daarna kwam een doofstomme jongen, mij heel goed masseren, voor mij gevoel heel kundig, omdat hij alle drukpunten gebruikte. Hiermee wil ik mijn relaas sluiten.
Er is op het moment nog een vuurwerk bezig. Dit is misschien voor de volgende schrijver.
Ik vond dit een leuke dag.

Anita

Pangadaran - Wonosobo, zondag 27 juni 1993

Vandaag weer eens een echte vakantiedag.
5.00 uur gaat de wekker, half 6 ontbijt en om zes uur de bus in, op weg naar Kalipucang.
Daar wacht ons een boottocht van ± 4 uur richting Cilacap. Je kon wel zien dat het zondag was, want het was lang zo druk niet aan boord.
Onderweg nog een paar aanlegsteigers aangedaan, want er bleken nog meer mensen cq. goederen aan boord te kunnen. Op het eind van de boottocht kwam er nog een olie raffinaderij in zicht, die tot ons groot verdriet niet gefotografeerd mocht worden.

Harrie, onze trouwe chauffeur, stond ons al op te wachten.
Na ± 10 minuten rijden, arriveerden we bij het Grand restaurant waar we voor de broodnodige variatie een bordje nasi-goreng gegeten hebben (althans de meeste onder onsl).
Om half één weer de bus in, om na ± 3 uur rijden te arriveren in hotel Nirwana te Wonosobo.
Na een warm onthaal met koffie, thee en een koekje (net als thuis in Nederland) vertrokken we naar onze kamers die er keurig schoon uitzagen.
Na een heerlijk diner in het Asia restaurant weer terug naar het hotel want morgen moeten we weer om 7.00 uur weg naar het Dieng-plateau en de Borobudur. 

Annette

Wonosobo – Yogyakarta, maandag 28 juni 1993

Vanmorgen om 7.00 uur vertrokken we voor een excursie naar ’t Dieng plateau.
We gingen met kleine busjes en een gids, die heel goed Nederlands spreekt. De eerste stop was bij Hindoe tempels. Deze tempels zijn ontdekt nadat ze ongeveer 600 jaar onder water hadden gestaan. Onvoorstelbaar hoe goed ze bewaard zijn gebleven.
Daarna bezochten we 't museum. Daar stonden nog gedeelten van tempels en was een ruimte waar ze de stukken die ze nu nog vinden, opknappen.
Vervolgens met de busjes naar de kratermeren. Daar hing zo'n rotte eieren lucht dat deze stop wat mijn betreft niet kort genoeg kon duren. Het had wel iets mysterieus; kokende waterplassen en overal damp. Wat op mij de meeste indruk maakte was 't duizend kleuren meer.
We maakten een korte klim naar boven en hadden een schitterend uitzicht. Duizend kleuren heb ik niet kunnen ontdekken maar toch zeker vijf!
Het hoogtepunt van dit uitstapje was de bron van de eeuwige schoonheid. De dames dachten, door zich te besprenkelen met 't water uit ’n zielig bronnetje, zonder rimpels oud te worden. Helaas, de gids legde geduldig uit dat 't om de innerlijke schoonheid gaat. Jammer dus!

Terug in Wonosobo had Ria 't weer goed voor elkaar. Het hele dorp was uitgelopen en stond ons aan de kant van de weg toe te zwaaien, terwijl overal fanfarekorpsen speelden. Harrie loodste ons veilig door de hysterische mensenmassa, zodat we in restaurant Asia konden lunchen.

's Middags stond de Borobudur op het programma. Letterlijk betekent dit monument op een heuvel en het is ’t grootste in de wereld. Met een gids maakten we een wandeling van ruim een uur. Ik vond het heel indrukwekkend. Vooral als je bedenkt dat men vroeger niet 't gereedschap had, waar wij nu over beschikker.
De gids, duidelijk een man (!), had bij de muurversieringen ook een hele uitleg. Daarin kwam o.a. naar voren dat één vrouw een probleem is, twee vrouwen een nog groter probleem en ga zo maar door. Wat we dus van de rest van zijn toelichting moeten geloven, weet ik niet.

Toen we terug naar de bus liepen, werden we van alle kanten overvallen door verkopers van (goedbedoelde) rotzooi. De concurrentiestrijd is er zeer hevig dus in een mum van tijd kelderden de prijzen. Zelfs toen we al in de bus zaten, werden we omringd door de venters. Ik vond 't zo'n opdringerig gedoe, dat ik besloot de knip dicht te houden en in Yogya m'n slag te slaan.
Met behulp van de adviezen van Harrie zou dat moeten lukken.
We zitten nu voor vier nachten in een hotel in Yogya. De eerste indruk is niet bijster goed.
De kamer is klein, de badkamer (wel een wat groot woord overigens) stelt ook niet veel voor, warm water is er niet en de airco heb ik nog niet kunnen ontdekken. Maar ja, misschien zijn we wel teveel verwend de laatste weken. Djoser houdt van avontuurlijke reizen in eenvoudige hotels.
Nou, eenvoudig is 't zeker, en vakantie is afzien!

Veronique


Yogyakarta, dinsdag 29 juni 1993

Vandaag een rustdag in de tour, althans dat was de bedoeling. Geen programma, dus uitslapen tot 8.00 uur. Om 9.00 uur "shopping with Harrie".
De rustdag van de heren in de ploeg verdween als sneeuw voor de zon. Hard werken en weinig verdienen, het tegendeel zelfs. Op één dag werd een fatale aanslag gepleegd op de financiële huishouding. Batikstoffen, zijde, kleren (laten maken), leren tassen, cassette bandjes etc. etc. werden aan het assortiment toegevoegd.
De vrouwen kregen dus de koopziekte en sommige mannen, zoals ondergetekende, kregen er letterlijk "het (snelle) schijt" van. Maar goed, in het perfecte huwelijk is het een kwestie van geven en nemen, en dus ondergingen de mannen gedwee hun lot.
Na deze, ik mag wel zeggen, koninginnenrit uit de tour tot nu toe was het even tijd voor lekker lui doen aan het zwembad. Een lekkere large bier erin dus. Lekker kletsen en spelen in het water met een heuse plastic bal.
Maar dan een ongelukje. Big eating Toon stootte zijn kleine teen van zijn grote rechtervoet tegen het kleine randje van het grote zwembad. Door dit ongelukje ontstond een grote snee. Daar moest de EHBO, en dus Rien, zijn kleine scherpe blik op werpen om er vervolgens een groot verband op te doen waardoor de grote pijn die Toon had, werd verkleind. Zo werd van een groot probleem een klein gemaakt en kon Big eating Toon 's avonds weer mee om een klein beetje te eten.

Het eten:
Ze hadden daar verrekte goei spul, en nog genoeg ook (behalve het bananendessert).
En in het begin werden we nog van muziek voorzien ook. Alleen Gerard kreeg gruwelijk "pien in de knar" van die pingeltante en zei op een tactische manier dat ze op moesten flikkeren. Meteen daarna zorgde hij voor een perfecte band die voor ons leuke muziek brachten.
Vervolgens zaten we even in onze rats toen een rat uit de keuken voorbij liep. Naar verluidt ontsnapt uit de voorraad van de kok. 's Avonds zat hij bij het hotel.
Nu vind ik dat ik genoeg geschreven heb op de dag waarop we onze beste, gezelligste, slimste, bezorgdste en lieftallige reisleidster Ria "a day off" hebben gegeven.

Eduard

Yogyakarta, woensdag 30 juni 1993

In Yogyakarta worden we niet gewekt door een fanatieke Allah aanhanger maar gewoon door de wekker.
Het ontbijt is om 7.30 uur om vervolgens met de bus op excursie te gaan. Het vertrek wordt iets uitgesteld omdat de airco het niet doet. Onderweg valt de airco uit en stoppen we voor een hotel. Harrie probeert de airco te maken, maar dit lijkt later niet helemaal gelukt.

De eerste culturele stap is bij de Prambanan tempels. "Voor de groep 2 gidsen die minder duidelijk zijn dan normaal 1". Van de oorspronkelijke 220 Hindoe tempels zijn er na een vulkaan uitbarsting 18 tempels gerestaureerd.

Harrie probeert op de parkeerplaats de airco te maken. Weer zonder resultaat.
Met de sauna bus gaan we naar Torn's zilverfabriekje. In het fabriekje worden alle ringen, kettingen en armbanden opgepoetst. In de luxe shop zijn diverse zilverwerken gekocht.
De derde culturele stop is bij een wajang fabriek, waar we eerst een voorstelling kregen. Geen idee wat het voorstelde!
Het maken van een wajang pop duurt 2 weken. In de winkel waren allerlei mooie wajang poppen en koppen te zien. Toon en Annette hebben een mooie pop gekocht.
Het laatste culturele gebeuren was een Batik fabriek. Hier zijn we door een goed Nederlands sprekende gids rond geleid. Na de rondleiding nog even neuzen in de winkel (zeer luxe).
We lopen terug naar het hotel.

Om 15.00 uur liggen we in het zwembad uit te blazen van de vermoeiende culturele sauna tocht.
Tegen de avond gaan diverse mensen van de groep nog even naar de Malioboro winkelstraat om toch nog iets te laten maken.
Om 20.00 uur gaan we eten bij de buren.
Onze super reisbegeleidster gaat met ons mee en wanneer een straatorkestje begint te spelen, vraagt ze aan een ober (heel verlegen en veel lachen) of hij met haar wil dansen.
Omdat de baas van het restaurant weg is, kan het dansen doorgaan.
Na het afrekenen zijn we terug gegaan naar het hotel.

Gerard

Yogyakarta, donderdag 1 juli 1993

Na bijna drie weken vakantie, heb ik vandaag eindelijk een keer uitgeslapen (om ± 8.00 uur opgestaan).
Rond de klok van 10.00 uur zijn we met de beçak vertrokken naar het paleis van de sultan (Kraton).
De beçakrijder kletste ons de oren van het hoofd en wilde ons mee nemen naar een batik atelier en naar een wajang poppen fabriek. Wij deden net alsof we hem niet begrepen. Echter, hij bleef maar door praten en niet door fietsen. Om toch van het gezeik af te komen, zijn wij van tactiek veranderd. We hebben namelijk de rest van de rit elkaar allerlei onzin zitten vertellen, zodat de beçakrijder er niet meer tussen kwam.
In de Kraton hebben we een prachtige dansvoorstelling gezien. Bij het verlaten van de Kraton stond onze babbelzieke beçakrijder, zijn prooi weer op te wachten. Met veel moeite zijn wij aan de jacht ontkomen. 

Nu op zoek naar het waterpaleis, het badhuis van de sultan. Argwanend accepteren we de hulp van een Indonesiër die ons de weg wijst. Door een wirwar van steegjes, staan we dan toch voor het waterpaleis.
De temperatuur is inmiddels flink opgelopen en ik heb wel zin in een frisse duik. Wat een teleurstelling als blijkt dat de baden leegstaan.

De gids die ons heeft rond geleid brengt ons naar de vogeltjesmarkt. De vogeltjesmarkt ....jalan ……. jalan, niet veel aan.
Met de beçak voor 1.000 rupiah (wat een oplichters!) naar Pos dan Giro. Vandaar uit, gewapend met een fikse dosis anti-medelij tegen de bedelaars de Malioboro bestormd. Rond 15.00 uur weer terug in het hotel.

Een frisse duik in het zwembad werkt zo verkwikkend dat ik gelijk maar aan het Djoser dagboek ben begonnen. Tijdens het schrijven hoor ik dat Sandra in het ziekenhuis ligt. Wat er precies aan de hand is, is nog niet bekend.
Zo nu stop ik even met schrijven om te gaan eten …….

De chicken cordonbleu was lekker. We werden echter geteisterd door vreselijke jankmuziek van straatmuzikanten en door muzikanten die nu al drie avonden hetzelfde repertoire spelen.
Het is nu 22.30 uur en tijd om de koffers te pakken. Morgen vertrekken we om 8.00 uur naar Malang.

Rien


Yogyakarta - Malang, vrijdag 2 juli 1993

Deze dag staat de lange busrit van Yogya naar Malang op het programma.
We zouden vroeg vertrekken, om 7.00 uur. Hier werd echter 8.00 uur van gemaakt door de plotselinge ziekenhuisopname van Sandra. Ze heeft er werkelijk alles voor over om maar niet zo vroeg op te hoeven staan.
Om 7.45 uur kwam er een telefoontje van Laurence, die Sandra natuurlijk gezelschap hield in het ziekenhuis, dat ze niet mochten vertrekken, omdat ze de rekening niet konden betalen. Ze waren onbewust in een privé kliniek terecht gekomen, en zelfs in Indonesië zijn de prijzen hiervan aan de hoge kant.
Laurence wist zich hier echter letterlijk en figuurlijk uit te kletsen, en beiden waren dan ook vóór negenen in het hotel terug.
Toen was het wachten nog op Jo, Anita en Paul, die op strafexpeditie naar een kledingzaak waren, omdat de gefabriceerde werkstukken niet helemaal, of beter gezegd; helemaal niet voldeden. Deze kledingstukken waren, na herhaald uitstel, 's nachts om kwart over twaalf afgeleverd in het hotel. Bij daglicht bleken ze echter afgeraffeld te zijn, en daar werd, terecht, geen genoegen mee genomen.
Na 'n heftige discussie in de winkel en een dreigende houding van Jo, kregen ze genoeg extra stof mee, om toch nog enigszins tevreden naar het hotel terug te gaan.

Om half 10 konden we dan ook daadwerkelijk vertrekken. Behalve een foto-/sanitaire stop bij een boer met 2 waterbuffels werd er door Harrie flink doorgereden.
's Middags even wat eten in een restaurantje langs de weg en nog even de benen strekken om een uur of vier, daar hield het wel mee op.
Aan 't eind van de middag reden we door Batu, "de stad van de appels" Ze hebben hier in het centrum zelfs een standbeeld voor de appel opgericht!?
Na nog even wat appels ingekocht te hebben, arriveerden we om 18.15 uur in hotel Megawati, dat er op het eerste gezicht best aardig uitziet.
's Avonds zijn we nog even uit gaan eten bij "Oen" waar Eduard zijn kwaliteiten als assistent toerleider weer eens demonstreerde. Nog een weekje oefenen en hij benadert 't niveau van Ria!
Morgen een rustig dagje (waarschijnlijk).

George

Malang, zaterdag 3 juli 1993

Na een heerlijke nachtrust konden we met pijn en moeite beneden komen om te ontbijten.
Na een zeer lange tijd kregen we een boterham met jam en ham voor de afwisseling.
Harrie zou ons wel effentjes wat tempels laten bezichtigen. Nou de kinderen die we bij de tempels zagen, waren nog veel leuker dan de tempels zelf.
Mr. Spielberg (old papa) had nog een close-up gemaakt van een rups wat met grote belangstelling werd gevolgd.
We gingen daarna nog een andere tempel bezichtigen en reden een kampong binnen. Toon zag onderweg nog een snake in the grass wat Ria met pijn en moeite kon geloven. Maar helaas de 2e tempel was ook niet veel.
Wat veel goed maakte was de omgeving en de vriendelijke mensen die daar woonden. Ik had een foto gemaakt van een meisje die de was aan het doen was en prompt kwamen 2 jongens al aan en vroegen of ze op de foto konden staan. Ik zei: "allright, allright" doe maar Bruce Lee na en met 2 lachende gezichten deden ze dat ook.
We kregen nog een half uurtje om nog wat foto's in de kampong te maken. Een ongure vent was blijkbaar niet blij dat ik foto's ging maken en begon wat te duwen. Ik een beetje geschrokken, ging maar de andere kant op.
Ik zagl in de verte Mr. Spielberg al heel zorgvuldig filmen. Hij zal zeker nog een grotere filmregisseur worden als de echte Spielberg.

Na een leuke morgen hadden we een vrije middag.
Sandra en ik gingen naar een boekhandel toe en de anderen gingen wat eten bij Toko Oen, niet te verwarren met Toko Und. We wilden graag met zijn allen naar het zwembad bij het Park hotel, dat deden we dus ook, maar helaas de zon liet ons in de steek.
Gelukkig was het avondeten weer even delicious als de vorige avond en zijn we lekker gevoed om de Bromo vulkaan te beklimmen.
Zo een paar uurtjes slapen en op naar de Bromo.

Laurence

Malang, 23.45 uur, zaterdag 3 juli 1993

De wekker rinkelt eindelijk, van slapen is toch niets gekomen. Vooruit slapen is moeilijk.
Vannacht gaan we naar de "heilige" Bromo vulkaan, de zonsopgang bewonderen. In twee uur reed Harrie ons naar Probolingo. Waar de zieken onder ons, die dus niet meegingen, hun eigen hotelkamer mochten betalen (avontuurlijk reizenI). Met een andere bus zou de reis worden vervolgd, edoch die was stuk.
Na ± 30 minuten wachten kwam een busje voor 9 personen. We persten ons er met z'n zestienen in en werden in een wilde vaart langs grote afgronden de berg op gesleurd. De bodemplaat van de bus werd zo heet dat je schoenzolen gingen smelten.
Op elkaar geperst en gekraakt, kwamen we na een tocht van 1 ½ uur bij jeepjes die ons verder hogerop zouden brengen. Na de jeepjes volgde een voettocht verder naar boven over een hobbelend stenen pad dat later overging in mul vulkaanzand. De tocht had iets mystieks; een volle maan, woestijnachtig landschap en mistig.
Onze haren en gezichten waren doornat van het koude vocht. Hoe hoger we kwamen, hoe kouder het werd. Laurence met z'n korte broek hield stoer vol dat hij het niet koud had. Wij waren ingepakt in lange broeken, truien en jasjes. Voor de inwendige warmte hadden enkele van ons een flesje hartversterking meegenomen.

Dat we niet alleen de tocht maakten, was duidelijk. Lange rijen Indonesiërs, chinezen en europeanen vergezelden ons. Indonesiërs probeerden ons over te halen de rest van de tocht op bijna zieltogende paarden te maken voor 3.000 rupiah. De arme diertjes liepen schuimbekkend met soms kolossaal zware toeristen op hun rug opgezweept door hun eigenaren. Ons pad lag bezaaid met paarde moppen.
Na ± 1uur werden de contouren van de Bromo krater zichtbaar in het schijnsel van de volle maan.
De wolken waren inmiddels onder ons. Een steile trap die overvol was leidde ons via 240 trappen naar de krater.
Echter slechts enkelen voor ons konden zich door de drukte tot boven dringen.
Met duizenden wachten we op de zonsopgang. Het werd iets lichter en de bergtoppen, krater en de onder ons hangende wolken werd sfeerachtig belicht. De horizon kreeg donkere wolkencontouren die geleidelijk van donkergrijs naar bruin en oranje verkleurden.
Om circa kwart voor zes werd onder luid gejuich een fel oranje puntje van de zon zichtbaar. Nu waren de fototoestellen en video camera's niet meer te stoppen. De hemel verkleurde steeds meer fel oranje en de mistwolk onder ons loste langzaam op. Wat een fantastisch diffuus beeld van de onder ons liggende lava massa’s op leverde.
Toen de zon volledig was te zien liepen steeds meer mensen terug waardoor wij de krater konden bereiken. Een diepe trechter onder ons met enig sputterend vuur die een brede stoomwolk uitbraakte vermengd met een doordringend stinkende zwavelstroom. Boven op de krater was het zeer stoffig. Het stof knarste tussen onze tanden. We borgen de camera's op in plastic zakken.
Op de terugweg huurde Ria een extra busje waardoor we "menswaardig" naar beneden gereden werden.

Na een korte rust in het "ziekenhotel" vervolgden we de tocht naar Bali.De overtocht naar Bali was afgezien van de lange wachttijd (Harrie smeerde met 5.000 rupiah enige tijd weg) een ervaring apart. De veerstoep bestond uit enige rijplaten over het strand die telkens ondergestopt werden met zand. De brandstof werd met jerrycans aan boord gebracht.
Met de aftandse veerboot, tot de nok afgeladen, voerde een sterke stroom in de zee ons naar Bali.

Om circa 19.30 waren we in Lovina Beach.
Harrie en Samsu brachten in de bus nog een afscheidslied ten gehore. Vooral Samsu had een afgrijselijk krakende stem. In het hotel nemen we afscheid van Harrie en Samsu en doken we het bed in om de ontbeerde slaap van de vorige nacht in te halen.

Jo


Lovina Beach (Bali), maandag 5 juli 1993

Op het moment dat ik de pen oppak om mijn kijk op deze dag op papier te zetten, bekruipt mij een akelig gevoel, en wel omdat dit de laatste keer is dat ik wat mag schrijven.
Nu zal je denken, nou dat is toch niet zo erg, maar ik vind van wel omdat het tevens inhoud dat deze fantastische vakantie er bijna op zit. Op zo'n moment ben ik ook jaloers op onze prima reisleidster Ria, want zij mag nog tot oktober van de mooie eilanden Java en Bali genieten. Maar zij heeft het wel verdiend want zij heeft ons toch op een fijne manier door Indonesië geloodst. Zij heeft ons fijn bezig gehouden, maar op de juiste momenten ook voldoende speling gegeven om zelf wat invulling te geven aan deze "werk" vakantie. Want een werkvakantie is het wel, vaak vroeg op, lange reisdagen, maar ja, je wilt toch ook graag wat zien van zo'n land. Hiermee kom ik dan automatisch op het verslag van deze dag, de eerste volle dag op Bali, want deze dag was dus echt het tegenovergestelde van een werkvakantie. Vandaag had iedereen een echt vakantie gevoel, dat al begon met lekker uitslapen en voor de rest van de dag alleen maar doen waar je zelf zin in had.

Na het ontbijt zijn we met z'n zevenen gaan snorkelen bij het koraalrif (George, Gerard, Veronique, Paul, Angélique, Eduard en ikzelf). Dit was een prachtige ervaring, Paul omschreef het als rondzwemmen in het aquarium van de plaatselijke Chinees, ik denk dat dat wel voldoende zegt. Je ziet weleens zoiets op tv., maar als je zelf tussen al die prachtig gekleurde vissen zwemt, die zelfs het brood uit je handen komen eten, besef je pas echt hoe mooi dat is.
Na het snorkelen snel terug naar het hotel want dat was ook een totaal andere ervaring na alle hotels die we hadden gehad, niet dat de andere hotels slecht waren, maar weer eens een keer lekker warm water uit de kraan is ook wel lekker. De rest van de dag hebben we heerlijk aan de kleur kunnen werken in en om het zwembad.
Over dit zwembad was vooral Eduard erg tevreden want hij kreeg eindelijk wat hij al zolang wilde, namelijk een bar in het zwembad. We hebben dan ook behoorlijk lang in het water aan de bar gehangen.

's Avonds is er een perfect buffet verzorgd met muziek (daar werd een enkeling, of eigenlijk de meesten, wel een beetje "gammelvan") en Balinese dansen.
Na het buffet had Ria toch nog wat weten te regelen (en dat op haar ADV-dag, die ze van ons had gehad) namelijk een aqua-disco. De meesten van ons hadden niet meer zo'n zin om het water in te gaan (alleen Ria, Angélique en Eduard waagden zich hieraan) maar we hebben nog wel wat gedronken, en de muziek was goed (behalve wanneer de zoon van de bazin zich er mee bemoeide).
Ik sluit hierbij het verslag van deze dag af want morgen gaat weer vroeg de wekker om naar de dolfijnen te gaan kijken.

Toon

Lovina Beach, dinsdag 6 juli 1993

De combinatie van zware excursies, verzengende hitte, veel geouwehoer en malariapillen heeft zijn uitwerking niet gemist. De tropenkolder heeft definitief toegeslagen. De sfeer wordt grimmiger. Tegen de zin van de hele groep in, blijven we vandaag nog de hele dag in Lovina. Wij wilden graag zo vroeg mogelijk naar het culturele hoogtepunt van Bali: Ubud.
Ria bleef liever met haar luie reet aan het zwembad liggen. De groep wikt; Ria beschikt!
Vanmorgen om 6.00 uur zijn we van armoe maar naar de dolfijntjes gaan kijken. Dat viel even mee. Bij zonsopgang vlogen de dolfijnen en de vliegende vissen om je oren. Terwijl bijna de gehele "Djoser-armada" in extase raakt, komt Ootmarsum weer met een gruwelijk relativerende opmerking: "ze springen niet hoog genoeg", aldus de heer Kapteyn. Nou dan krijgt mijn broek toch lichtelijk de neiging zich richting enkels te verplaatsen.
Dan denk ik: "Gerard, houd een hoepel boven 't water, gooi er ’n staaf dynamiet in of houd je mond dicht (Tukkers, Tukkers!)"
Het absolute dieptepunt van deze "dolfinarium-live" moest echter nog komen. Halverwege de tocht, ± 15 km uit de kust, nemen we de stand van zaken eens door. Paniek, het bootje van Rien en Jolanda is in geen velden of waterwegen te bekennen. Ja, de zee van Bali is natuurlijk wel wat anders dan de gezapige Loosdrechtse plassen. Bij mijn prauwgenoot Toon en mij breekt het angstzweet uit. Ze zullen toch niet ……?
Terwijl wij praktisch in shocktoestand verkeren, horen wij vanuit een ander Djoser-bootje de mensonterende en werkelijk in- en in- misselijkmakende opmerking: "Nog een geluk dat het die twee zijn" ….. Sprakeloos zijn we, dat gaat dan met elkaar op vakantie.Toon en ik vinden Rien en Jolanda best leuk.
Dat ze 'n uurtje later alweer bij ons aan tafel zaten te ontbijten is natuurlijk wel weer overdreven snel.
Die Toon is ondertussen wel 'n beetje mijn vriendje geworden, maar hij vormt samen met Annette toch maar een raar stel. De eerste week vreten ze met z'n tweeën elk restaurant leeg, de tweede week koopt Toon een Indonesisch t-shirt met opdruk Singapore en de derde week springt hij als Sylvester Stallone door het zwembad en bloedt uit z'n voet alsof hij met de remake van first blood (second blood) bezig is.
Annette is een vrouw van uitersten. De ene week loopt ze op de blote mosselvoetjes uit Zierikzee zo hard door de Canyon dat de gids nog niet bij kan houden en in Yogyakarta kan ze nog geen colaatje afrekenen.

Wat dat betreft zijn Angélique en Eduard, alias Eduardo, alias Mr. Eddie, alias Eddepet wel constanter namelijk de hele tijd maf. Terwijl onze ambassadrice nog wat sociaal-maatschappelijk werk verricht met het uitdelen van pennen en kettinkjes aan jongens en meisjes op mountainbikes en met computerspelletjes is de assistent tourleader volledig doorgedraaid. Hij danst, hij zingt, hij schreeuwt en hij probeert met Bintangs van de reeserij af te komen. Als ik met zo'n vent op vakantie moest, zou ik zo een lichte vorm van cholera te pakken hebben.
Ik begin me overigens pas echt zorgen over hem te maken als hij bij de aankoop van een t-shirt staat op te dingen.

Over wie ik me wel zorgen begin te maken is George. George is momenteel bezig met z'n tweede dipje. Erger is het dat ik het gevoel heb dat hij me al 4 weken voor de gek zit te houden. Het begon al op Schiphol. Hij stond daar met een leuke jongedame, allebei een paars t-shirt aan. Ik dacht nog: "ach, zo'n leuk unisex-stel".
Bij het kennismaken stond ik, temperamentvol als ik ben, de bewuste jongedame al bijna te omhelzen; bleek het achteraf zijn zus die helemaal niet meeging. Verder gooit hij hier zijn naam als erkend hoogte- en diepte expert volledig te grabbel. Samosir (900 m hoog) legt hij op 450; het Tobameer (450 m diep) zet hij op 900; en als klap op de vuurpijl deelt hij zonder een spier te vertrekken mede dat het badplaats je (!) Pandangaran honderden meters boven de zeespiegel ligt. Dit gekoppeld aan het feit dat hij in de groep nog voor 'n slordige halve ton aan gokschulden uit heeft staan, maakt zijn rol op zijn zachtst gezegd toch enigszins dubieus.

Nee, dan Jo en Anita, die hebben mijn hart gewonnen.
"Paul", vraagt Jo op de boot naar Cilacap: "weet jij hoeveel beaufort de windkracht nu is?"
Nou hij had me net zo goed kunnen vragen of ik wist hoeveel afgekeurde beçakrijders in Yogyakarta momenteel trekzalf gebruiken, want daar heb ik natuurlijk totaal geen cheese van gegeten.
"Kijk maar eens naar de schuimkopjes", zei Jo: "Vier beaufort" …….. Daar word ik nou stil van.
D'r klopt natuurlijk niks van en we moeten hier eerder spreken over vier "Jo-fort", maar die ervaring, die uitstraling en die nonchalance waarmee onze levensgenieter pur-sang dit kan zeggen. Maar het kan altijd mooier.
De stoffenzaak in Yogya; "You must be ashamed", zie Jo tegen de bedrijfsleider. "Oh no", was het droge antwoord: "it's good". Waarop Anita zegt: 'This is no good, this is a stofjas". De bedrijfsleider geeft nog steeds geen krimp. Nu is het de beurt aan old papa. Geen woorden, maar daden. Hij pakt een rol van pakweg een metertje of 30 paarse zijde op z'n schouder en loopt zo de winkel uit. En nu breekt het hoogtepunt van mijn vakantie aan als Anita de voor mij nu al legendarische woorden uitspreekt: "Jo, wacht even, ik wil 'n andere kleur".

Zo, ik had het verhaal maar over een andere boeg gegooid want ik dacht een dagje dolfijntjes, zwemmen, Ubud: weinig nieuws onder de zon. En dat is nu de grootste fout die je als reiziger bij Djoser, de andere manier van reizen, kunt maken. Na een korte aflevering van "Opsporing verzocht" van de familie Rambo, vertrokken we om ± 16.15 met een bus van Slow-motion tours naar Ubud. Nadat we onderweg al waren ingehaald door (alweer) een afgekeurde beçak-rijder uit Yogya, met reumatische aandoeningen, door een hindoeïstische priester die net terugkwam van een beenamputatie en door een kudde kreupele honden, kwamen we eindelijk in Ubud aan.
Bleek ons hotel niet gereserveerd.
Van de plaatselijke maffiosi kregen we nog een muskieto mush-"room" aangeboden.
Ria kon echter gelukkig nog een nachtje regelen in het Grand Hotel Ubud. Hopelijk wordt alles nog netjes geregeld, zodat we een prachtige vakantie ook in stijl af kunnen sluiten.

Paul

Ubud, woensdag 7 juli 1993

Over deze dag valt niet veel te vertellen.
's Morgens op tijd opgestaan om te gaan winkelen. Daar hebben we de hele dag mee gevuld met winkelen en eten.
Tevens nog jeeps voor vrijdag geregeld wat ook nogal wat tijd in beslag nam.
's Avonds nog wel naar de dans geweest. Het Ramayana verhaal werd uitgebeeld, begeleid onder een koor van mannen. Schitterend, alleen die mannen al met hun oerwoud geluiden.
Veel te vertellen over deze dag is er niet, dus welterusten

Angélique

Ubud, donderdag 8 juli 1993

Toch nog maar een dagje cultureel doen, we worden het eigenlijk wel een beetje beu.
Ik heb 's nachts al waanideeën over tempels, overal zie ik ze en overal wierook, gatverdarie.
Na nog wat geharrewar met betalen, betrokken we eerst onze nieuwe "appartementen". Jammer, net voor de laatste dagen worden we uit elkaar gehaald.

Op excursie, allereerst het gerechtshof, wat ik daar van onthouden heb is niet zoveel meer. Eén ding vergeet ik echter nooit meer, "personen" (mannen) die veel scheten laten worden gekurkt. Ik ken namelijk zo'n exemplaar, dat valt namelijk niet altijd mee. Ten tweede bezochten we de moedertempel waar we braaf met sarongs behangen achter een hekkie hebben staan kijken. Sarongs verplicht maar souvenirshop volgens mij ook (is dat nou fatsoen). Je lachte je eigen slap om al die figuren met hun sarong aan, geen gezicht; grote stappers, nette witte tennissokjes. Ten derde eten zeer cultureel.

In de vakantie hebben we een nieuwe verslaving bij gekregen; het afdingen.
Toon begon onder het eten al met een man die een schaakbord wou verkopen. Na het eten werd de strijd voortgezet. Samen met Eduard bewerkte ze twee mannen die mekaar dan ook prompt in de haren vlogen.
Het resultaat mocht er zijn!, van 95.000 rupiah naar twenty pyph pyph hunderd (25.500). Je begrijpt wel onze dag kon niet meer stuk.

Nog even de heilige bronnen bezocht en daarna als laatste (gelukkig) de oude graven bezocht, meerdere van ons hebben het van een afstandje bekeken. Die 250 treden vonden ze net iets teveel van het goede.
Paul probeerde nog even een kinderhandel op te zetten. Dit had ik nooit verwacht van die jongen, voor hij het weet zit ie werkelijk in sporthuis centrum.
Hup weer met zijn alle in de bus, even naar het fijne schakelwerk geluisterd van onze chauffeur en hèhè eindelijk weer thuis! De laatste culturele dag van onze vakantie.

Angélique


Ubud, vrijdag 9 juli 1993

Onze laatste vakantiedag, helaas, is een vrije dag.
De meesten van de groep hebben een jeep gehuurd en gaan op pad. Wij, Gerard en Ine, zijn met Angélique en Eduard op pad geweest.
Na een stevig ontbijt, fruitsalade en bananen pancake, konden we er tegen. Bij de autoverhuur wist niemand waar onze jeep was, geen idee, alleen vriendelijk lachende mensen. Na 15 minuten wachten hebben we er bij de buren maar één gehuurd.
Vanuit Ubud zijn we binnendoor richting Kuta gereden. Na het eten hebben we nog wat rond gewandeld. Kuta is erg toeristisch en veel Australiërs, maar leuk om even rond te neuzen.
Tegen 14.00 uur zijn we richting de zeetempel gegaan, Tanah Lot. Er waren veel mensen aan het offeren. We kwamen Toon, Annette, Paul en Veronique ook nog tegen.
Na deze laatste culturele uitspatting, zijn we weer richting Ubud gegaan. Nadat enkele plaatselijke bewoners ons diverse keren de verkeerde kant op stuurden, zijn wij uiteindelijk toch op de hoofdweg richting Ubud gekomen. We waren om 18.15 uur terug.

Even bijkletsen met z'n allen en verhalen uitwisselen. Medelijden hebben met Toon, die heel Bali heeft gefotografeerd zonder dat het rolletje er goed in zat. Laurence en Sandra die met een minibus naar Kuta gingen en er toen achter kwamen dat er geen bus terug ging en daarom een privé rit moesten betalen, enz. enz.
Al met al heeft iedereen zich prima vermaakt vandaag.

Op de laatste avond heeft "de groep" besloten om samen te eten. Ria heeft Nick's restaurant geboekt.
Het eten was lekker alleen iedereen moest lang wachten, maar ja na 4 weken Indonesië weten we al niet beter.
Na een emotionele (maar korte) afscheidsspeech van Ria, heeft Eduard ook op gepaste wijze afscheid genomen.
Een glas arak op kosten van Djoser smaakte niet iedereen.
Tussen de regenbuien door hebben we om 23.30 uur ons bed opgezocht.

Ine

De terugreis, zaterdag 10 juli 1993

Na een goede nachtrust in het hotel (door ons omgedoopt in Happy End i.p.v. Happy Inn), midden tussen de rijstvelden (idyllischer kan het bijna niet), gingen we voor de laatste keer ontbijten.
Om alvast aan de Nederlandse temperatuur te kunnen wennen was het hier gepast heel bewolkt.
Velen hadden zich verheugd op de overheerlijke bananen pancake maar in dit hotel heerste variatie dus we kregen een soort Foe yong hai omelet.
Daarna laatste spullen in de koffers gestopt en de afspraak was gemaakt dat we om half 10 zouden verzamelen en om 10.00 uur zouden vertrekken. Bij iedereen was blijkbaar het verlangen naar huis groot want al om 09.45 uur vertrokken we weer met de gloednieuwe en razendsnelle bus van "slowmotion" tours.

Na een goed uur rijden kwamen we aan op het vrij nieuwe en mooie vliegveld van Denpasar.
Om 12.00 uur zouden we pas mogen inchecken maar dat gebeurde al eerder. Wij waren zo slim geweest om alvast de koffers voor de balie neer te zetten, dus toen we mochten inchecken waren we ook gelijk aan de beurt.
Ook moesten we nog 7.000 rupiah p.p. luchthavenbelasting betalen en menigeen moest dit geld nog bij elkaar sprokkelen want volgens de laatste berichten zou dit 6.000 zijn en de verleiding om het overige geld uit te geven aan souvenirs was te groot geweest.
Daarna afscheid genomen van Ria die nog een weekje welverdiende rust zou hebben voordat de volgende groep zou aankomen.

Om 13.50 zou ons vliegtuig vertrekken en tot die tijd vermaakten we ons met televisie en in souvenirwinkeltjes kijken en wat te eten. Toon wisselde zijn laatste rupiahs om in Maleisische Ringgit en verdiende daardoor een gedeelte van de vakantie terug (money changer had een paar getalletjes omgedraaid).
Toen uiteindelijk onze vlucht werd afgeroepen waren we nog bang dat we toch met Garuda zouden vliegen maar tot ieders opluchting reden we met de bus die voorbij en stopten voor het betrouwbare toestel van Malaysian airways (had Ria toch nog even leuk weten te regelen).

Na 3 uur vliegen kwamen we om 16.50 uur in Kuala Lumpur aan. Meteen ingecheckt voor de vlucht naar London en deze bleek non-stop te zijn. Onze instapkaarten lagen al klaar maar doordat in Amsterdam men het verkeerde ticket van Laurence eruit had gehaald, moesten we toch even wachten (alweer wachten in Kuala Lumpur op de familie El-Hebri). Ook zaten we niet allemaal bij elkaar maar dat zouden we wel regelen in het vliegtuig. Aangezien we 7 uur moesten overbruggen hadden we een voucher voor een hotel wat tegenover het vliegveld lag.
Jo had deze voucher voor ons al gekregen op Schiphol (blijkbaar zag hij er het meest betrouwbaar uit) zodat hij voorop liep (zonder vlaggetje) en wij braaf, twee aan twee (zoals Ria ons geleerd had) er achter aan liepen.
In het hotel kregen we eerst een welkomstdrankje en daarna ging iedereen naar zijn kamer om lekker te kunnen douchen (met heerlijk warm water) en televisie te kijken.
's Avonds hadden we een buffet met Indonesisch eten, soep, brood en Duitse worst, salade en heel veel fruit en gebak. Ik hield het Indonesische eten voor gezien en heb soep, brood en heel veel fruit gegeten met als nagerecht gebak en nog eens gebak. De achterliggende gedachte hiervan was dat als we dan in het vliegtuig zouden zitten dan kon ik meteen gaan slapen (foutje!).

Na het eten zijn sommigen weer naar de kamer gegaan om wat te slapen, lezen of televisie te kijken en anderen dronken nog wat aan de bar. Daar hanteerden ze wat meer Europese prijzen zoals ƒ 8,-- voor 1 glas bier, maar dit was voor Toon niet zo erg want die had toch last van teveel cashflow.
Om 22.45 verzamelden we ons en liepen we weer naar het vliegveld. Daar nog wat rondgekeken en toen het vliegtuig in. Wij zaten allemaal vrij achterin en het vliegtuig was zo groot (747) dat je niet eens tot helemaal voorin kon kijken. Ik verbaas me er dan echt over dat zo'n gewicht zo zonder problemen de
lucht ingaat.
Om 24.00 uur vertrokken we dan en het eerste wat er kwam was eten. Niemand heeft veel aangeraakt en na een film ging dan toch het licht uit. De vlucht zou 13 uur duren en aangezien we nu 6 uur in de tijd terug vlogen hadden we een hele lange nacht. Geprobeerd om zoveel mogelijk te slapen en uit te rusten en 3 uur voordat we gingen landen werd het ontbijt geserveerd met een grappige film van Mr. Bean om goed wakker te worden.

Om 6.00 uur landden we op London-Heathrow en met een bus reden we naar de gate van de KLM.
Een Brit verwees ons "vriendelijk" een verdieping hoger aangezien: "They did not deal with KLM" (voor zijn uitspraak kon hij zo bij Teleac terecht). Allemaal weer ingecheckt voor het laatste stukje naar huis.
Om 8.30 stegen we weer op en om 9.30 landden we op Schiphol, al met elkaar waren we ruim 30 uur onderweg geweest en hadden we totaal 14.000 km afgelegd. Onze assistent tourleader bracht ons rechtstreeks naar het punt waar onze koffers zouden moeten komen. Terwijl we daarop wachten, even gecontroleerd of de familie er al stond en toen brak het spannende moment weer aan ……… en jawel hoor alle koffers waren er (sommigen hadden maar alvast het bedrag voor de verzekering uitgerekend).
Hierna volgde het afscheid en moesten we nog langs de douane. Toon offerde zich voor de hele groep nog even op want hij moest zijn koffers openmaken. Terwijl wij allemaal door mochten lopen, attendeerde Paul nog even de douane beambte op de schaakstukken "waar ook best wat in kon zitten".
Ik hoop dat Toon en Annette ook die zondag nog thuis zijn gekomen.

Jolanda

Slotwoord

Terwijl het buiten nog harder regent dan dat het sinds onze terugkomst in Nederland al gedaan heeft, zit het typewerk voor mij er bijna op.
Mede door de haast herfstachtige temperaturen lijkt het bijna onwerkelijk dat dit we dit fantastische avontuur nog maar zo kort geleden beleefd hebben.
Fantastisch vanwege de vele culturele hoogtepunten, alle belevenissen, de leuke reisbegeleiding en last but not least door de gezellige sfeer binnen de groep. Al na een paar dagen in Indonesië werd het ons duidelijk dat we gezien het vroege opstaan en vele zien, we er duidelijk niet voor ons plezier waren. Menigeen noemden het zelfs een werkbezoek* en dreigden zelfs op de ansichtkaarten naar kantoor dat ze minstens de helft van het verlof terug wilden hebben (de andere helft waren ze nl. ziek).
Anderen verwachten aan het einde van de reis een soort certificaat dat ze dit met goed gevolg hadden afgelegd m.a.w. als je dit volhield dan kan je de hele wereld aan. Of was het nu toch vakantie?

Al typend heb ik geprobeerd of deze vraag beantwoord kon worden maar je kan me net zo goed vragen hoeveel kakkerlakken er momenteel huizen in de kamers waar Eduard ze doodgetrapt heeft, hoeveel tempels er op Bali zijn, hoe lang men (en of dit echt zo is) zangles krijgt aan de Gammelan universiteit, hoeveel Indonesiërs je echt de juiste weg kunnen wijzen of om nog even Paul z'n bewoordingen weer te geven: "hoeveel afgekeurde beçakrijders er in Yogya trekzalf gebruiken".

Tot volgend jaar in Centerparcs, het ga jullie goed!

Jolanda

*Paul, het bewijs hiervan is bij mij na te bestellen!