Lovina Beach (Bali), maandag 5 juli 1993

Op het moment dat ik de pen oppak om mijn kijk op deze dag op papier te zetten, bekruipt mij een akelig gevoel, en wel omdat dit de laatste keer is dat ik wat mag schrijven.
Nu zal je denken, nou dat is toch niet zo erg, maar ik vind van wel omdat het tevens inhoud dat deze fantastische vakantie er bijna op zit. Op zo'n moment ben ik ook jaloers op onze prima reisleidster Ria, want zij mag nog tot oktober van de mooie eilanden Java en Bali genieten. Maar zij heeft het wel verdiend want zij heeft ons toch op een fijne manier door Indonesië geloodst. Zij heeft ons fijn bezig gehouden, maar op de juiste momenten ook voldoende speling gegeven om zelf wat invulling te geven aan deze "werk" vakantie. Want een werkvakantie is het wel, vaak vroeg op, lange reisdagen, maar ja, je wilt toch ook graag wat zien van zo'n land. Hiermee kom ik dan automatisch op het verslag van deze dag, de eerste volle dag op Bali, want deze dag was dus echt het tegenovergestelde van een werkvakantie. Vandaag had iedereen een echt vakantie gevoel, dat al begon met lekker uitslapen en voor de rest van de dag alleen maar doen waar je zelf zin in had.

Na het ontbijt zijn we met z'n zevenen gaan snorkelen bij het koraalrif (George, Gerard, Veronique, Paul, Angélique, Eduard en ikzelf). Dit was een prachtige ervaring, Paul omschreef het als rondzwemmen in het aquarium van de plaatselijke Chinees, ik denk dat dat wel voldoende zegt. Je ziet weleens zoiets op tv., maar als je zelf tussen al die prachtig gekleurde vissen zwemt, die zelfs het brood uit je handen komen eten, besef je pas echt hoe mooi dat is.
Na het snorkelen snel terug naar het hotel want dat was ook een totaal andere ervaring na alle hotels die we hadden gehad, niet dat de andere hotels slecht waren, maar weer eens een keer lekker warm water uit de kraan is ook wel lekker. De rest van de dag hebben we heerlijk aan de kleur kunnen werken in en om het zwembad.
Over dit zwembad was vooral Eduard erg tevreden want hij kreeg eindelijk wat hij al zolang wilde, namelijk een bar in het zwembad. We hebben dan ook behoorlijk lang in het water aan de bar gehangen.

's Avonds is er een perfect buffet verzorgd met muziek (daar werd een enkeling, of eigenlijk de meesten, wel een beetje "gammelvan") en Balinese dansen.
Na het buffet had Ria toch nog wat weten te regelen (en dat op haar ADV-dag, die ze van ons had gehad) namelijk een aqua-disco. De meesten van ons hadden niet meer zo'n zin om het water in te gaan (alleen Ria, Angélique en Eduard waagden zich hieraan) maar we hebben nog wel wat gedronken, en de muziek was goed (behalve wanneer de zoon van de bazin zich er mee bemoeide).
Ik sluit hierbij het verslag van deze dag af want morgen gaat weer vroeg de wekker om naar de dolfijnen te gaan kijken.

Toon

Lovina Beach, dinsdag 6 juli 1993

De combinatie van zware excursies, verzengende hitte, veel geouwehoer en malariapillen heeft zijn uitwerking niet gemist. De tropenkolder heeft definitief toegeslagen. De sfeer wordt grimmiger. Tegen de zin van de hele groep in, blijven we vandaag nog de hele dag in Lovina. Wij wilden graag zo vroeg mogelijk naar het culturele hoogtepunt van Bali: Ubud.
Ria bleef liever met haar luie reet aan het zwembad liggen. De groep wikt; Ria beschikt!
Vanmorgen om 6.00 uur zijn we van armoe maar naar de dolfijntjes gaan kijken. Dat viel even mee. Bij zonsopgang vlogen de dolfijnen en de vliegende vissen om je oren. Terwijl bijna de gehele "Djoser-armada" in extase raakt, komt Ootmarsum weer met een gruwelijk relativerende opmerking: "ze springen niet hoog genoeg", aldus de heer Kapteyn. Nou dan krijgt mijn broek toch lichtelijk de neiging zich richting enkels te verplaatsen.
Dan denk ik: "Gerard, houd een hoepel boven 't water, gooi er ’n staaf dynamiet in of houd je mond dicht (Tukkers, Tukkers!)"
Het absolute dieptepunt van deze "dolfinarium-live" moest echter nog komen. Halverwege de tocht, ± 15 km uit de kust, nemen we de stand van zaken eens door. Paniek, het bootje van Rien en Jolanda is in geen velden of waterwegen te bekennen. Ja, de zee van Bali is natuurlijk wel wat anders dan de gezapige Loosdrechtse plassen. Bij mijn prauwgenoot Toon en mij breekt het angstzweet uit. Ze zullen toch niet ……?
Terwijl wij praktisch in shocktoestand verkeren, horen wij vanuit een ander Djoser-bootje de mensonterende en werkelijk in- en in- misselijkmakende opmerking: "Nog een geluk dat het die twee zijn" ….. Sprakeloos zijn we, dat gaat dan met elkaar op vakantie.Toon en ik vinden Rien en Jolanda best leuk.
Dat ze 'n uurtje later alweer bij ons aan tafel zaten te ontbijten is natuurlijk wel weer overdreven snel.
Die Toon is ondertussen wel 'n beetje mijn vriendje geworden, maar hij vormt samen met Annette toch maar een raar stel. De eerste week vreten ze met z'n tweeën elk restaurant leeg, de tweede week koopt Toon een Indonesisch t-shirt met opdruk Singapore en de derde week springt hij als Sylvester Stallone door het zwembad en bloedt uit z'n voet alsof hij met de remake van first blood (second blood) bezig is.
Annette is een vrouw van uitersten. De ene week loopt ze op de blote mosselvoetjes uit Zierikzee zo hard door de Canyon dat de gids nog niet bij kan houden en in Yogyakarta kan ze nog geen colaatje afrekenen.

Wat dat betreft zijn Angélique en Eduard, alias Eduardo, alias Mr. Eddie, alias Eddepet wel constanter namelijk de hele tijd maf. Terwijl onze ambassadrice nog wat sociaal-maatschappelijk werk verricht met het uitdelen van pennen en kettinkjes aan jongens en meisjes op mountainbikes en met computerspelletjes is de assistent tourleader volledig doorgedraaid. Hij danst, hij zingt, hij schreeuwt en hij probeert met Bintangs van de reeserij af te komen. Als ik met zo'n vent op vakantie moest, zou ik zo een lichte vorm van cholera te pakken hebben.
Ik begin me overigens pas echt zorgen over hem te maken als hij bij de aankoop van een t-shirt staat op te dingen.

Over wie ik me wel zorgen begin te maken is George. George is momenteel bezig met z'n tweede dipje. Erger is het dat ik het gevoel heb dat hij me al 4 weken voor de gek zit te houden. Het begon al op Schiphol. Hij stond daar met een leuke jongedame, allebei een paars t-shirt aan. Ik dacht nog: "ach, zo'n leuk unisex-stel".
Bij het kennismaken stond ik, temperamentvol als ik ben, de bewuste jongedame al bijna te omhelzen; bleek het achteraf zijn zus die helemaal niet meeging. Verder gooit hij hier zijn naam als erkend hoogte- en diepte expert volledig te grabbel. Samosir (900 m hoog) legt hij op 450; het Tobameer (450 m diep) zet hij op 900; en als klap op de vuurpijl deelt hij zonder een spier te vertrekken mede dat het badplaats je (!) Pandangaran honderden meters boven de zeespiegel ligt. Dit gekoppeld aan het feit dat hij in de groep nog voor 'n slordige halve ton aan gokschulden uit heeft staan, maakt zijn rol op zijn zachtst gezegd toch enigszins dubieus.

Nee, dan Jo en Anita, die hebben mijn hart gewonnen.
"Paul", vraagt Jo op de boot naar Cilacap: "weet jij hoeveel beaufort de windkracht nu is?"
Nou hij had me net zo goed kunnen vragen of ik wist hoeveel afgekeurde beçakrijders in Yogyakarta momenteel trekzalf gebruiken, want daar heb ik natuurlijk totaal geen cheese van gegeten.
"Kijk maar eens naar de schuimkopjes", zei Jo: "Vier beaufort" …….. Daar word ik nou stil van.
D'r klopt natuurlijk niks van en we moeten hier eerder spreken over vier "Jo-fort", maar die ervaring, die uitstraling en die nonchalance waarmee onze levensgenieter pur-sang dit kan zeggen. Maar het kan altijd mooier.
De stoffenzaak in Yogya; "You must be ashamed", zie Jo tegen de bedrijfsleider. "Oh no", was het droge antwoord: "it's good". Waarop Anita zegt: 'This is no good, this is a stofjas". De bedrijfsleider geeft nog steeds geen krimp. Nu is het de beurt aan old papa. Geen woorden, maar daden. Hij pakt een rol van pakweg een metertje of 30 paarse zijde op z'n schouder en loopt zo de winkel uit. En nu breekt het hoogtepunt van mijn vakantie aan als Anita de voor mij nu al legendarische woorden uitspreekt: "Jo, wacht even, ik wil 'n andere kleur".

Zo, ik had het verhaal maar over een andere boeg gegooid want ik dacht een dagje dolfijntjes, zwemmen, Ubud: weinig nieuws onder de zon. En dat is nu de grootste fout die je als reiziger bij Djoser, de andere manier van reizen, kunt maken. Na een korte aflevering van "Opsporing verzocht" van de familie Rambo, vertrokken we om ± 16.15 met een bus van Slow-motion tours naar Ubud. Nadat we onderweg al waren ingehaald door (alweer) een afgekeurde beçak-rijder uit Yogya, met reumatische aandoeningen, door een hindoeïstische priester die net terugkwam van een beenamputatie en door een kudde kreupele honden, kwamen we eindelijk in Ubud aan.
Bleek ons hotel niet gereserveerd.
Van de plaatselijke maffiosi kregen we nog een muskieto mush-"room" aangeboden.
Ria kon echter gelukkig nog een nachtje regelen in het Grand Hotel Ubud. Hopelijk wordt alles nog netjes geregeld, zodat we een prachtige vakantie ook in stijl af kunnen sluiten.

Paul

Ubud, woensdag 7 juli 1993

Over deze dag valt niet veel te vertellen.
's Morgens op tijd opgestaan om te gaan winkelen. Daar hebben we de hele dag mee gevuld met winkelen en eten.
Tevens nog jeeps voor vrijdag geregeld wat ook nogal wat tijd in beslag nam.
's Avonds nog wel naar de dans geweest. Het Ramayana verhaal werd uitgebeeld, begeleid onder een koor van mannen. Schitterend, alleen die mannen al met hun oerwoud geluiden.
Veel te vertellen over deze dag is er niet, dus welterusten

Angélique

Ubud, donderdag 8 juli 1993

Toch nog maar een dagje cultureel doen, we worden het eigenlijk wel een beetje beu.
Ik heb 's nachts al waanideeën over tempels, overal zie ik ze en overal wierook, gatverdarie.
Na nog wat geharrewar met betalen, betrokken we eerst onze nieuwe "appartementen". Jammer, net voor de laatste dagen worden we uit elkaar gehaald.

Op excursie, allereerst het gerechtshof, wat ik daar van onthouden heb is niet zoveel meer. Eén ding vergeet ik echter nooit meer, "personen" (mannen) die veel scheten laten worden gekurkt. Ik ken namelijk zo'n exemplaar, dat valt namelijk niet altijd mee. Ten tweede bezochten we de moedertempel waar we braaf met sarongs behangen achter een hekkie hebben staan kijken. Sarongs verplicht maar souvenirshop volgens mij ook (is dat nou fatsoen). Je lachte je eigen slap om al die figuren met hun sarong aan, geen gezicht; grote stappers, nette witte tennissokjes. Ten derde eten zeer cultureel.

In de vakantie hebben we een nieuwe verslaving bij gekregen; het afdingen.
Toon begon onder het eten al met een man die een schaakbord wou verkopen. Na het eten werd de strijd voortgezet. Samen met Eduard bewerkte ze twee mannen die mekaar dan ook prompt in de haren vlogen.
Het resultaat mocht er zijn!, van 95.000 rupiah naar twenty pyph pyph hunderd (25.500). Je begrijpt wel onze dag kon niet meer stuk.

Nog even de heilige bronnen bezocht en daarna als laatste (gelukkig) de oude graven bezocht, meerdere van ons hebben het van een afstandje bekeken. Die 250 treden vonden ze net iets teveel van het goede.
Paul probeerde nog even een kinderhandel op te zetten. Dit had ik nooit verwacht van die jongen, voor hij het weet zit ie werkelijk in sporthuis centrum.
Hup weer met zijn alle in de bus, even naar het fijne schakelwerk geluisterd van onze chauffeur en hèhè eindelijk weer thuis! De laatste culturele dag van onze vakantie.

Angélique