Yogyakarta - Malang, vrijdag 2 juli 1993

Deze dag staat de lange busrit van Yogya naar Malang op het programma.
We zouden vroeg vertrekken, om 7.00 uur. Hier werd echter 8.00 uur van gemaakt door de plotselinge ziekenhuisopname van Sandra. Ze heeft er werkelijk alles voor over om maar niet zo vroeg op te hoeven staan.
Om 7.45 uur kwam er een telefoontje van Laurence, die Sandra natuurlijk gezelschap hield in het ziekenhuis, dat ze niet mochten vertrekken, omdat ze de rekening niet konden betalen. Ze waren onbewust in een privé kliniek terecht gekomen, en zelfs in Indonesië zijn de prijzen hiervan aan de hoge kant.
Laurence wist zich hier echter letterlijk en figuurlijk uit te kletsen, en beiden waren dan ook vóór negenen in het hotel terug.
Toen was het wachten nog op Jo, Anita en Paul, die op strafexpeditie naar een kledingzaak waren, omdat de gefabriceerde werkstukken niet helemaal, of beter gezegd; helemaal niet voldeden. Deze kledingstukken waren, na herhaald uitstel, 's nachts om kwart over twaalf afgeleverd in het hotel. Bij daglicht bleken ze echter afgeraffeld te zijn, en daar werd, terecht, geen genoegen mee genomen.
Na 'n heftige discussie in de winkel en een dreigende houding van Jo, kregen ze genoeg extra stof mee, om toch nog enigszins tevreden naar het hotel terug te gaan.

Om half 10 konden we dan ook daadwerkelijk vertrekken. Behalve een foto-/sanitaire stop bij een boer met 2 waterbuffels werd er door Harrie flink doorgereden.
's Middags even wat eten in een restaurantje langs de weg en nog even de benen strekken om een uur of vier, daar hield het wel mee op.
Aan 't eind van de middag reden we door Batu, "de stad van de appels" Ze hebben hier in het centrum zelfs een standbeeld voor de appel opgericht!?
Na nog even wat appels ingekocht te hebben, arriveerden we om 18.15 uur in hotel Megawati, dat er op het eerste gezicht best aardig uitziet.
's Avonds zijn we nog even uit gaan eten bij "Oen" waar Eduard zijn kwaliteiten als assistent toerleider weer eens demonstreerde. Nog een weekje oefenen en hij benadert 't niveau van Ria!
Morgen een rustig dagje (waarschijnlijk).

George

Malang, zaterdag 3 juli 1993

Na een heerlijke nachtrust konden we met pijn en moeite beneden komen om te ontbijten.
Na een zeer lange tijd kregen we een boterham met jam en ham voor de afwisseling.
Harrie zou ons wel effentjes wat tempels laten bezichtigen. Nou de kinderen die we bij de tempels zagen, waren nog veel leuker dan de tempels zelf.
Mr. Spielberg (old papa) had nog een close-up gemaakt van een rups wat met grote belangstelling werd gevolgd.
We gingen daarna nog een andere tempel bezichtigen en reden een kampong binnen. Toon zag onderweg nog een snake in the grass wat Ria met pijn en moeite kon geloven. Maar helaas de 2e tempel was ook niet veel.
Wat veel goed maakte was de omgeving en de vriendelijke mensen die daar woonden. Ik had een foto gemaakt van een meisje die de was aan het doen was en prompt kwamen 2 jongens al aan en vroegen of ze op de foto konden staan. Ik zei: "allright, allright" doe maar Bruce Lee na en met 2 lachende gezichten deden ze dat ook.
We kregen nog een half uurtje om nog wat foto's in de kampong te maken. Een ongure vent was blijkbaar niet blij dat ik foto's ging maken en begon wat te duwen. Ik een beetje geschrokken, ging maar de andere kant op.
Ik zagl in de verte Mr. Spielberg al heel zorgvuldig filmen. Hij zal zeker nog een grotere filmregisseur worden als de echte Spielberg.

Na een leuke morgen hadden we een vrije middag.
Sandra en ik gingen naar een boekhandel toe en de anderen gingen wat eten bij Toko Oen, niet te verwarren met Toko Und. We wilden graag met zijn allen naar het zwembad bij het Park hotel, dat deden we dus ook, maar helaas de zon liet ons in de steek.
Gelukkig was het avondeten weer even delicious als de vorige avond en zijn we lekker gevoed om de Bromo vulkaan te beklimmen.
Zo een paar uurtjes slapen en op naar de Bromo.

Laurence

Malang, 23.45 uur, zaterdag 3 juli 1993

De wekker rinkelt eindelijk, van slapen is toch niets gekomen. Vooruit slapen is moeilijk.
Vannacht gaan we naar de "heilige" Bromo vulkaan, de zonsopgang bewonderen. In twee uur reed Harrie ons naar Probolingo. Waar de zieken onder ons, die dus niet meegingen, hun eigen hotelkamer mochten betalen (avontuurlijk reizenI). Met een andere bus zou de reis worden vervolgd, edoch die was stuk.
Na ± 30 minuten wachten kwam een busje voor 9 personen. We persten ons er met z'n zestienen in en werden in een wilde vaart langs grote afgronden de berg op gesleurd. De bodemplaat van de bus werd zo heet dat je schoenzolen gingen smelten.
Op elkaar geperst en gekraakt, kwamen we na een tocht van 1 ½ uur bij jeepjes die ons verder hogerop zouden brengen. Na de jeepjes volgde een voettocht verder naar boven over een hobbelend stenen pad dat later overging in mul vulkaanzand. De tocht had iets mystieks; een volle maan, woestijnachtig landschap en mistig.
Onze haren en gezichten waren doornat van het koude vocht. Hoe hoger we kwamen, hoe kouder het werd. Laurence met z'n korte broek hield stoer vol dat hij het niet koud had. Wij waren ingepakt in lange broeken, truien en jasjes. Voor de inwendige warmte hadden enkele van ons een flesje hartversterking meegenomen.

Dat we niet alleen de tocht maakten, was duidelijk. Lange rijen Indonesiërs, chinezen en europeanen vergezelden ons. Indonesiërs probeerden ons over te halen de rest van de tocht op bijna zieltogende paarden te maken voor 3.000 rupiah. De arme diertjes liepen schuimbekkend met soms kolossaal zware toeristen op hun rug opgezweept door hun eigenaren. Ons pad lag bezaaid met paarde moppen.
Na ± 1uur werden de contouren van de Bromo krater zichtbaar in het schijnsel van de volle maan.
De wolken waren inmiddels onder ons. Een steile trap die overvol was leidde ons via 240 trappen naar de krater.
Echter slechts enkelen voor ons konden zich door de drukte tot boven dringen.
Met duizenden wachten we op de zonsopgang. Het werd iets lichter en de bergtoppen, krater en de onder ons hangende wolken werd sfeerachtig belicht. De horizon kreeg donkere wolkencontouren die geleidelijk van donkergrijs naar bruin en oranje verkleurden.
Om circa kwart voor zes werd onder luid gejuich een fel oranje puntje van de zon zichtbaar. Nu waren de fototoestellen en video camera's niet meer te stoppen. De hemel verkleurde steeds meer fel oranje en de mistwolk onder ons loste langzaam op. Wat een fantastisch diffuus beeld van de onder ons liggende lava massa’s op leverde.
Toen de zon volledig was te zien liepen steeds meer mensen terug waardoor wij de krater konden bereiken. Een diepe trechter onder ons met enig sputterend vuur die een brede stoomwolk uitbraakte vermengd met een doordringend stinkende zwavelstroom. Boven op de krater was het zeer stoffig. Het stof knarste tussen onze tanden. We borgen de camera's op in plastic zakken.
Op de terugweg huurde Ria een extra busje waardoor we "menswaardig" naar beneden gereden werden.

Na een korte rust in het "ziekenhotel" vervolgden we de tocht naar Bali.De overtocht naar Bali was afgezien van de lange wachttijd (Harrie smeerde met 5.000 rupiah enige tijd weg) een ervaring apart. De veerstoep bestond uit enige rijplaten over het strand die telkens ondergestopt werden met zand. De brandstof werd met jerrycans aan boord gebracht.
Met de aftandse veerboot, tot de nok afgeladen, voerde een sterke stroom in de zee ons naar Bali.

Om circa 19.30 waren we in Lovina Beach.
Harrie en Samsu brachten in de bus nog een afscheidslied ten gehore. Vooral Samsu had een afgrijselijk krakende stem. In het hotel nemen we afscheid van Harrie en Samsu en doken we het bed in om de ontbeerde slaap van de vorige nacht in te halen.

Jo