Pandangaran, zaterdag 26 juni 1993

Vanmorgen 7.00 uur opstaan voor de jungle tour. Om 5.00 uur werden we gewekt door kwetterende, luidruchtige Indonesiërs. Dit keer was het dus niet Allah die ons wekte.
Gewapend met twee broodjes en water, filmcamera en zwempakken gingen we op stap. We waren wel benieuwd wat ons weer te wachten stond.
Langs 't strand liepen we naar het nationale park. Na een fikse klimpartij kwamen we op een open vlakte.
Na enig speurwerk ontdekte we karbouw en zowaar iets verder enige herten. De groep was iets uitgedund enkele dames waren met min of meer vage klachten thuis gebleven.
We klommen in de schaduw van het oerwoud over glibberige en steenachtige paadjes vol lianen en slangenbomen (rotan).
Onze gids hing op een gegeven moment als een aap boven een kloof aan een slangenboom. Deze acrobatische capriolen mochten wij ook proberen. Mijn sportieve mannetje wilde als eerste (old papa) de gok wel wagen. Hij is niet voor niks een aap in de chinese astrologie. Toen konden de jongeren in de groep niet achterblijven. Iets verder ontdekten we een zwerm vliegende honden.

Na weer enige klim- en glibberpartijen kwamen we bij een verfrissende waterval met een in de rotsen gelegen grote poel die wel 3 meter diep, breed en lang was. Dit wilden we niet missen, 't was best wel koel, lekker zalig koel. Je had het gevoel dat je weer een beetje bij kwam.
We trokken weer verder en zagen een grote bruine bobbel in een stam van een boom. De gids legde ons uit dat dit een mierennest was dat zich in het hout invrat. De kruin was al afgestorven, na twee jaar verhuisd zo'n zwerm naar een volgend slachtoffer.
Na een lange rustpauze zijn we naar grotten gegaan waar stekelvarkens bleken te zijn. Maar zij kwamen niet te voorschijn, volgens de gids hadden ze al teveel nootjes van de toeristen gehad. Het leek of sommige mensen van de groep in hun broek hadden gedaan, ’t leek wel een sauna, iedereen transpireerde zich te pletter.
Om 1.00 uur gingen we met de beçak terug.
Lekker gedoucht en gezwommen in het zwembad.
Daarna kwam een doofstomme jongen, mij heel goed masseren, voor mij gevoel heel kundig, omdat hij alle drukpunten gebruikte. Hiermee wil ik mijn relaas sluiten.
Er is op het moment nog een vuurwerk bezig. Dit is misschien voor de volgende schrijver.
Ik vond dit een leuke dag.

Anita

Pangadaran - Wonosobo, zondag 27 juni 1993

Vandaag weer eens een echte vakantiedag.
5.00 uur gaat de wekker, half 6 ontbijt en om zes uur de bus in, op weg naar Kalipucang.
Daar wacht ons een boottocht van ± 4 uur richting Cilacap. Je kon wel zien dat het zondag was, want het was lang zo druk niet aan boord.
Onderweg nog een paar aanlegsteigers aangedaan, want er bleken nog meer mensen cq. goederen aan boord te kunnen. Op het eind van de boottocht kwam er nog een olie raffinaderij in zicht, die tot ons groot verdriet niet gefotografeerd mocht worden.

Harrie, onze trouwe chauffeur, stond ons al op te wachten.
Na ± 10 minuten rijden, arriveerden we bij het Grand restaurant waar we voor de broodnodige variatie een bordje nasi-goreng gegeten hebben (althans de meeste onder onsl).
Om half één weer de bus in, om na ± 3 uur rijden te arriveren in hotel Nirwana te Wonosobo.
Na een warm onthaal met koffie, thee en een koekje (net als thuis in Nederland) vertrokken we naar onze kamers die er keurig schoon uitzagen.
Na een heerlijk diner in het Asia restaurant weer terug naar het hotel want morgen moeten we weer om 7.00 uur weg naar het Dieng-plateau en de Borobudur. 

Annette

Wonosobo – Yogyakarta, maandag 28 juni 1993

Vanmorgen om 7.00 uur vertrokken we voor een excursie naar ’t Dieng plateau.
We gingen met kleine busjes en een gids, die heel goed Nederlands spreekt. De eerste stop was bij Hindoe tempels. Deze tempels zijn ontdekt nadat ze ongeveer 600 jaar onder water hadden gestaan. Onvoorstelbaar hoe goed ze bewaard zijn gebleven.
Daarna bezochten we 't museum. Daar stonden nog gedeelten van tempels en was een ruimte waar ze de stukken die ze nu nog vinden, opknappen.
Vervolgens met de busjes naar de kratermeren. Daar hing zo'n rotte eieren lucht dat deze stop wat mijn betreft niet kort genoeg kon duren. Het had wel iets mysterieus; kokende waterplassen en overal damp. Wat op mij de meeste indruk maakte was 't duizend kleuren meer.
We maakten een korte klim naar boven en hadden een schitterend uitzicht. Duizend kleuren heb ik niet kunnen ontdekken maar toch zeker vijf!
Het hoogtepunt van dit uitstapje was de bron van de eeuwige schoonheid. De dames dachten, door zich te besprenkelen met 't water uit ’n zielig bronnetje, zonder rimpels oud te worden. Helaas, de gids legde geduldig uit dat 't om de innerlijke schoonheid gaat. Jammer dus!

Terug in Wonosobo had Ria 't weer goed voor elkaar. Het hele dorp was uitgelopen en stond ons aan de kant van de weg toe te zwaaien, terwijl overal fanfarekorpsen speelden. Harrie loodste ons veilig door de hysterische mensenmassa, zodat we in restaurant Asia konden lunchen.

's Middags stond de Borobudur op het programma. Letterlijk betekent dit monument op een heuvel en het is ’t grootste in de wereld. Met een gids maakten we een wandeling van ruim een uur. Ik vond het heel indrukwekkend. Vooral als je bedenkt dat men vroeger niet 't gereedschap had, waar wij nu over beschikker.
De gids, duidelijk een man (!), had bij de muurversieringen ook een hele uitleg. Daarin kwam o.a. naar voren dat één vrouw een probleem is, twee vrouwen een nog groter probleem en ga zo maar door. Wat we dus van de rest van zijn toelichting moeten geloven, weet ik niet.

Toen we terug naar de bus liepen, werden we van alle kanten overvallen door verkopers van (goedbedoelde) rotzooi. De concurrentiestrijd is er zeer hevig dus in een mum van tijd kelderden de prijzen. Zelfs toen we al in de bus zaten, werden we omringd door de venters. Ik vond 't zo'n opdringerig gedoe, dat ik besloot de knip dicht te houden en in Yogya m'n slag te slaan.
Met behulp van de adviezen van Harrie zou dat moeten lukken.
We zitten nu voor vier nachten in een hotel in Yogya. De eerste indruk is niet bijster goed.
De kamer is klein, de badkamer (wel een wat groot woord overigens) stelt ook niet veel voor, warm water is er niet en de airco heb ik nog niet kunnen ontdekken. Maar ja, misschien zijn we wel teveel verwend de laatste weken. Djoser houdt van avontuurlijke reizen in eenvoudige hotels.
Nou, eenvoudig is 't zeker, en vakantie is afzien!

Veronique