Jakarta, maandag 21 juni 1993

Hotel New Kanya (Jalan Jaksa)

Even aansluiten op Paul; geen oude gevlochten matten uit het Tobameer halen, Paul!
Maar goed, men zegt dat democratisch (in Indonesië) is besloten dat ik ook hierin moet schrijven. Dus vandaag heb ik de "eer" om de Djoser traditie voort te zetten en een dag vanuit de ogen van de reisbegeleidster te beschrijven "Tidak apa apa"
Afscheid nemen is iets waar ik een gruwelijke hekel aan heb maar omdat door de hitte hier alles verdampt kon niemand mijn tranen zien toen we in Padang afscheid namen van Ari en Budi (onze buschauffeur + bijrijder).
Mijn assistent reisbegeleider Eduardo en Angélique maakten er gelukkig nog een heel plezierig afscheid van door met Ari en Budi Indonesische en Nederlandse karaoke te zingen, gefilmd door cameraman Paultje.
Het inchecken vervolgens ging heel gemakkelijk. Het ging mij allemaal een beetje te goed, tot er opeens zomaar een briefje hing met de woorden: "berhangkat MZ 233 jam 17.00". Dikke vertraging dus.
Tidak bagus, maar we zijn in Indonesië (jam karet) en we maken ons niet druk. Gelukkig hebben de meesten dat drommels goed in de gaten (heerlijk zo'n groep) en na een hapje eten (nou ja, eten) in een luchthaven restaurantachtig gevalletje, ging iedereen z'n gangetje.

Omdat ik nog steeds te weinig bahasa ken, grijp ik wel eens een gelegenheid aan om door oefenen hier wat aan te doen. Dus de luchthaven security moest eraan geloven. Vonden ze trouwens niet erg. Achteraf zag ik 't toch wel als "goodwill" kweken (toch niet voor niks PR & comm. gehad tijdens m'n studie) want als die ene lange mij niet verteld had dat we een ander vliegtuig (dus andere zitplaatsen) kregen, we nu misschien nog wel in Padang zouden zitten.

En dan dat doosje met eten; even m'n walkman met m'n bandje van "The Scène" (nee, niet Snake in the grass van de Bintangs) uitlenen, doet'echt wonderen.
Over die luchtzak hoeven we 't niet meer te hebben, want die hebben we wel gevoeld.
Over die chauffeur en bijrijder hoeven we 't ook niet te hebben want "die zien we nooit meer terug".
Als "mijn" chauffeur nou maar op tijd uit dat gezellige Bali vertrekt ………..Liften naar Bogor/Bandung? Dat is toch DJOSER avontuur???
(22-e juni; voor Angélique de pen ter hand neemt, nog even een boodschapje voor Paul »» op de 3-e verdieping van 't warenhuis "Sarinak" zitten er mensen matten te vlechten; en ze zijn ook nog te koop !).

Ria

Jakarta, dinsdag 22 juni 1993

Dit is een dag geweest die ik nooit meer zal vergeten. 's Morgens togen we naar de stad, naar Kota, de taxichauffeur had er nog nooit van gehoord. Hij moest een adres hebben.
Eindelijk aangekomen in Kota, gingen we even cultureel doen. Het Jakarta museum waar we meteen een gids aangeboden kregen. Na wat onderhandelen gingen we met hem mee. Hij studeerde geschiedenis dus hij kon ons veel vertellen over die moorddadige Hollanders. Eentje presteerde het om 500 Chinezen op één dag te laten doden. Bij elkaar zo'n 10.000 Chinezen. Je schaamt je eigen rot maar dat is verleden tijd, je moet niet omkijken volgens hun.

We gingen nu naar de sloppenwijken, daar zijn we helemaal doorheen gewandeld, nauwe straatjes ± 1 meter breed, overal kinderen en oudere mensen, je loopt met je hoofd door het wasgoed. En het mooiste: iedereen was vrolijk, iedereen lachen en groeten. Ik als "ambassadrice" kon het natuurlijk niet laten om wat pennen uit te delen, zelfs ouderen kwamen op me af gesneld. Hier hadden ze geen zakcomputertjes, hier was een pen wat waard, dat is toch het minste wat je kunt doen I

Toen op naar China Town, naar de oudste boeddhistische tempel. Je zag hem maar amper door de rook, van kaarsen en wierook. Eruit gekomen liepen de tranen over mijn wangen.
Daarna nog over een markt gelopen, verse kikkerbilletjes, kanaries voor 250 (vertelde hij). Een man fietste ons tegemoet met wel 40 levende kippen aan zijn stuur gebonden, een gekakel van jewelste.
Nog even afscheid nemen van de gids, eten en zwemmen. Je voelde je echt vies.
Op naar het "Grand Hyatte hotel", er was ons verteld dat je daar mocht gaan zwemmen. De deur werd voor ons opengedaan. Oh jee wat een luxe, zoiets hadden wij "rijke" westerlingen nog nooit gezien.
Een marmeren trap, overal botanische planten, kroonluchters, mannen met gouden knopen. Een beetje lachend liepen we maar door, de weg werd netjes gewezen. Dat gaat goed dachten we, in een lift met spiegels naar de 5-e etage. En toen ging het fout we moesten in een boek naam en kamernummer schrijven. We hebben 5 minuten buiten rondgekeken, in één woord schitterend. Overal ligstoelen, een bar, een zwembad met fonteintjes, overal mooie bomen en planten. Daar kwam echter de livrei aan, we moesten eruit. The facilities were only for guests of the hotel, werd ons duidelijk gemaakt.
Wij weg, daar sta je dan moe en stoffig met de geuren van Kota aan je lijf.
Het volgende zwembad werd onze badkuip.

Angélique