Sidempuan, donderdag 17 juni 1993

06.15 uur de wekker maakte een kabaal, geen zin om de wekker uit te zetten. Na 15 minuten toch maar gedaan anders maak je de hele buurt wakker. Pas om half 8 ontbijt.
We zouden een hele reis voor de boeg hebben, wat inderdaad ook zo was, 08.15 uur vertrokken en om 18.00 uur aangekomen met pijn en moeite. We kregen het af en toe Spaans benauwd, of liever gezegd Indonesisch benauwd. Sandra was wagenziek geworden en had moeten overgeven. Ikzelf voelde me ook niet zo lekker.

Toen de chauffeur voor de tweede keer het wiel repareerde, mochten we effen onze benen strekken.
Jo kreeg een paar dorpelingen in het oog en wilde direct al filmen. Helaas ze gingen er allemaal vandoor.

Eindelijk waren we in het hotel gekomen. Nou daar wil ik niet veel woorden aan vuil maken. Pieeep!

Na ongeveer 2 uurtjes geslapen te hebben, gingen we eindelijk eens eten. De mensen zaten ons echt aan te gapen of we marsmannetjes waren, maar ja als we ook een figuur van 2 meter bij ons hebben dan is dat niet zo raar. Ik dacht eindelijk eens lekker te eten, moest ik ook nog overgeven. Ja dan ben je echt blij dat je weer eens naar bed kan gaan.
Morgen vroeg om 06.00 uur op!. Daar gaan we weer.

Laurence

Bukittinggi, vrijdag 18 juni 1993

Om 22.00 uur op onze kamer te Bukittinggi hebben we de tijd deze enerverende dag te overdenken.
Om ca. 05.00 uur 's morgens werd Anita reeds gewekt door de "mechanische" Allah. Zo hoefden we niet door de wekker om 05.15 uur te worden gewekt.
We hebben vanuit Padang Sidempuan nog een lange busreis naar Bukittinggi voor de boeg. Eerst maar ontbijten.
Iedereen zal om 06.00 uur stipt aan tafel zijn. De drie bekende tosti’s, kaas, ei en carameljam en hete thee.
De koffers worden in de bus geladen, terwijl we gade geslagen worden door tientallen "vieze" mannetjes. Ze hingen over het balkon van hun verblijfsruimte. Met de moeizame conversatie begrepen we dat ze studeerden, natuurlijk de Islam.

De reis naar Bukittinggi zou ca 7 uur in beslag nemen, de afstand is iets meer dan 200 kilometer. Het gemiddelde kwam door de vaak erbarmelijke weg en de vele bergpasjes dan ook niet boven de 30 km uit. En dan te bedenken dat dit de beste verbinding over Sumatra is van Medan naar Padang.
Hobbelend kwamen we bij een dorpje, na enige uren, waar we even uit stapten en over de markt liepen.
Weer terug in de bus hobbelden we langs vele Indonesische nederzettingen, met de bekende armoedige houten huisjes op palen en golfplaten dak. En kinderen, huisdieren en nog eens huisdieren. Allemaal vrolijk wuivend en hallo roepend.
Onderweg zagen we op een marktje een kapper in de open lucht, waarschijnlijk ging hij de dorpen af zoals bij ons het scharensliep.
We stopten nog bij een islamitische school, waar we niet in mochten (de vrouwen niet). Indrukwekkend waren de duizenden studentenkamertjes. Houten hutjes van 3 bij 3 meter met een rieten dak tegen elkaar gepropt. Ik werd door een student uitgenodigd "zijn" kamer te bekijken. Het kot was donker en bedompt en er lagen nog twee studenten op de grond te slapen. En bij ons de studenten maar klagen.

Om half twee stopten we bij een pittoresk restaurant aan een zelf aangelegd meertje. Na mie goreng, nasi goreng, gado gado of soep gegeten te hebben, stapten we weer in de bus.
Ons zitvlak was nog vierkant van de voorbije uren hobbelen. Maar ja de belevingen van het landschap afwisselend met diverse tropische bomen, rijstvelden en nu en dan een bergpasje vergoeden veel.
Onze chauffeur is een kei in millimeterwerk. Je moet je vinger niet uit het raam steken, want hij wordt er door een tegenligger geheid afgereden.
Na enkele uren kwamen we bij de evenaar. Natuurlijk moesten we het potsierlijke punt met aardbol fotograferen. Echt toeristen!

Om 18.00 uur waren we in Bukittinggi, een levendige en gezellig stadje. Ons hotel is in één woord puik, alleen het restaurant had blijkbaar niet op vraatzuchtige hollanders gerekend. Na een volle schotel Fried chicken, wilde Eduard nog een rijstgerecht bestellen, jammer die was op.
Zo we gaan nu lekker slapen en zijn nieuwsgierig wat de dag van morgen ons brengt.

Jo (old papa)

Bukittinggi, zaterdag 19 juni 1993

's Morgens geen wekker nodig, het vervelende gejammer uit de luidsprekers van de vele moskeeën wekte ons al om 04.30 uur (dat is geen tijd voor een vrije dag) dus toch maar doorslapen (voor zover mogelijk).
Om half 9 aan het ontbijt en dan op naar de markt. De markt was niet zo vies en smerig als wij allen hadden gedacht maar wel typisch Indonesisch.
Ik heb nog een t-shirt gekocht voor het luttele bedrag van 3000 rupiah (vraagprijs 8000). Na veel afdingen zijn er ook nog 3 rugzakken gekocht door Jolanda, Angélique en Annette (voor 9000 en 7000, vraagprijs 12 en 10.000).
Na de markt zijn we naar Ford de Koek gelopen, hierover kan ik zeer kort over zijn, het stelde niets voor.
Daarna even snel terug naar het hotel voor een sanitaire stop (want ons hotel werd door de bevolking bestempeld als "the clean one").

Na deze pauze snel naar de Ngarai Canyon want daar wilden we nog wel "even" een uurtje in rond lopen.
Nou het blijkt later dat we al aardig wat hebben opgestoken in Indonesië want het werden wel 5 uren, maar ja in Indonesië neem je het niet zo nauw met de tijd. Het werd wel een enerverende tocht, want we wilden graag naar de "vliegende honden" omdat een andere groep, die samen met Ria 's morgens al naar de Canyon waren geweest, hadden gezegd dat het zeker de moeite waard was.
Aan het begin van de Canyon kwam er een Indonesiër naar ons toe die wel als gids wilde dienen. Wij vroegen hem hoever het was, volgens hem dus circa 1 uur lopen. Later bleek dat dit dan wel op zijn tempo was, en dus duidelijk niet dat van ons. Na veel klimmen en sluipen door de dichte bebossing stonden we dan toch onder in de Canyon bij de rivier. Deze rivier moesten we enkele malen oversteken, dus steeds schoenen uit en schoenen aan.
Bij iedereen gingen de voeten steeds meer pijn doen, maar ja je wilt je schoenen toch droog houden.
Bij Jolanda lukte dat niet helemaal want bij een oversteek liet zijn haar zonnebril in het water vallen en zonder nadenken pakte zij hem uit het water met de hand waarin zij de schoenen had. Ina en Angélique besloten om toch maar op de schoenen door het water te gaan omdat de voetzolen het niet meer aankonden.

Na de vliegende honden te hebben gezien (welke niet weg wilden vliegen) zijn we doorgelopen naar het "zilver dorpje" Kotagadang waar een enkeling nog wat oorbellen heeft gekocht.
Daarna snel terug want het begon alweer donker te worden en dat gaat hier heel snel. De terugweg was wel korter maar we moesten toch nog een keer afdalen in de Canyon en dus ook weer omhoog.
Nog een stukje door een rijstveld en daar haalde dus iedereen die de schoenen droog had gehouden alsnog een paar natte schoenen.
Net voor het donker was kwamen we totaal uitgewoond aan bij het hotel waar iedereen snel wilde douchen want we waren aardig bezweet.

Om half 9 zijn we gaan eten bij Sari, die had "goeie spul" alleen waren zij daar wat in de war want we kregen eerst het hoofdgerecht en daarna de soep. Maar iedereen zat behoorlijk vol, bij een enkeling moest de broek op de "vreethaak" en dat voor 82.250 rupiah voor 11 man.
Ik ga nu weer snel slapen want om 04.30 zijn we weer wakker (i.v.m. Allah).

Toon

Bukittinggi, zondag 20 juni 1993

Na een weekje verdekt opstellen tijdens het ontbijt ben ik nu toch echt uitverkoren het estafette pennetje van Toon over te nemen. Voorwaar geen sinecure! De gemeente grenzen van Zierikzee zijn misschien klein, de schrijvers des te groter.
Maar vooruit: de Minangkabau tour.

Ria heeft voor de verandering maar eens een lokale gids uit de hoge hoed getoverd : Yos (zeg joos).
Yos is een sympathieke student die de streek goed kent. Hij wil onder de naam "Yos" wel iets gaan doen in reizen.
Dat gevoegd bij het feit dat "old-papa" nog iets van een bungalowpark op wil gaan starten op Samosir onder de naam "Jo"-ser betekent dat de concurrentie voor Djoser volgend jaar moordend zal zijn.
Voor onze groep maakt het allemaal niks uit, want wij gaan volgend jaar met alle kinderen naar Centerparcs, maar dit terzijde.
De eerste grote stop was bij een koffiemalerij. Daar konden we zien hoe met behulp van een waterrad de koffiebonen fijn werden gestampt, en de koffie door zgn. koffiedames uit werd gezeefd. De plantage leverde schitterende fotogenieke plaatjes op.
Het paleis van de koning mocht er ook zijn, maar 's was wel een ietsjes toeristisch.
Yos kwam nog met een verhaal dat de vrouwen het voor het zeggen hebben in de Minangkabau cultuur. Nou daar hadden we niet zover voor hoeven reizen, want bij ons is het niet veel beter.
Ons "twaalf-uurtje" haalden we deze keer om 'n uur of één bij een Padang-drive-in.

Toen iedereen zijn gebit weer enigszins bij elkaar had geveegd, reden we naar een Minangkabau-huis van ± 300 jaar oud. Hier woonden kennissen van Yos. En dit is waar we het allemaal voor doen: de bezoekjes bij de gewone man.

Na een drankje aan het meer (temperatuur van het water 30° C) was de laatste stop bij een weverij annex houtsnijwerkplaats. De dames weefsters moeten werkelijk een engelen geduld hebben want een beetje kleed met een leuk motiefje nam al vlug een maand of drie in beslag (exclusief ATV en ziekteverzuim).

Precies volgens Indonesische planning kwamen we in plaats van 14.00 uur om 17.45 uur bij het hotel aan.
De Minangkabau-tour was werkelijk een cultureel hoogstandje van West Sumatra.
Veel zien, weinig lachen denk je dan. We zitten hier uiteindelijk niet voor ons plezier.
Nou, dat veel zien lukt meestal nog aardig, maar dat weinig lachen zit er bij dit gemêleerde gezelschap helaas niet in.
Voor in de bus waren we allang blij dat Eduard op de achterste bank had plaatsgenomen. Tegenover dat gezever uit Nieuwkuijk is het geronk van de dieselmotor natuurlijk een geschenk uit de hemel.
Presteert-ie 't om plotseling op zijn knieën achter in de bus als een Aziatische uitvoering van Eduard Odekerke uit volle borst Allah aan te roepen.
D'r gebeuren overigens wel meer mysterieuze dingen in de groep. Laurence "Rambo" springt ± 3 meter de lucht in als hij met zijn ingebouwde radar binnen een straal van 100 meter een turbovlieg signaleert. George, een nette, bescheiden jongeman verandert in een beest als hij op het achterdek van een boot in het gezelschap van twee Indonesische schonen verkeert. Old papa is filmend Steven Spielberg definitief aan z'n tweede jeugd begonnen en als je een Indonesiër zonder oren tegenkomt dan weet je dat Eduard die net van zijn kop heeft geluld.
Verder lijkt alles sultana en egg (=koek en ei). Maar toch knaagt er iets in me. Ik ben geen Harry Mulisch, ik kan het niet omschrijven, maar elke keer als ik een gevlochten mat zie dan denk ik: Ria, Ria ……………..de grotten!!

Paul