Dag 14: Chengyang (27 mei)

Eindelijk weer eens uitgeslapen, vandaag staat er niets op het programma.
We haasten ons deze morgen niet omdat het stevig regent en we toch even niets kunnen doen. We luieren lekker op het overdekte buitenterras van het hotel, wat lezen, puzzelen en genieten van het mooie uitzicht op het Dong-dorp tegenover het hotel.

Wanneer in de loop van de regen stopt maken we nog een wandeling door het dorp.
De ingang van het dorp is een prachtige brug, de zo genaamde “Wind- en Regenbrug”. Deze brug is overkapt en biedt dus bescherming tegen wind en regen.
Het authentieke dorp bestaat uit houten woningen waar op de begane grond de beesten verblijven, daar boven de kook- en woonverdieping en daar boven weer de slaapverdieping. De houten huizen worden volledig zonder spijkers en schroeven in elkaar gezet.
In en rond het dorp zijn veel rijstvelden en er stroomt een riviertje om het dorp.

Na terugkeer in het hotel genieten we van een heerlijke maaltijd waarbij de dames nog genieten van een heerlijk rood wijntje wat we die middag hadden gekocht van een chauffeur die andere gasten kwam brengen. We hopen dat het morgen wat beter weer is.

Dag 15: Chengyang (28 mei)

Helaas, ook deze morgen regent het weer stevig. We blijven dus maar wat langer op bed liggen, en hangen later wat rond in en om het hotel.

Begin van de middag knapt het weer op en gaan we er nog op uit om de omgeving te verkennen.
Een korte klim op een van de heuvels rondom het dorp brengt ons bij een mooi uitkijkpunt. Dit levert mooie plaatjes op van de omgeving en een prachtig totaal beeld van de Dong-village, Chengyang. We wandelen nog wat door de heuvels en bossen alvorens we terugkeren naar het hotel.

Na wederom een heerlijke Chinese maaltijd in het hotel gaan we op tijd naar bed in afwachting wat morgen weer brengt.

Dag 16: Chengyang – Ping’an (29 mei)

Vanmorgen worden Annette en ik verrast met een roos en chocoladetaart in verband met onze huwelijksdag. Sarah had samen met Yvonne en Frans voor deze verrassing gezorgd en we hebben er lekker van gesnoept.

Om 09.00 uur vertrekken we met het busje richting Ping’an, de Longji rijstterrassen.
Na een mooie tocht van zo’n 3 uur arriveren we op het parkeerterrein onderaan de berg. Het is dan nog 15 minuten lopen naar het hotel wat midden in het dorp, hoger op de berg, is gelegen. De auto’s kunnen niet verder dus er zit niets anders op dan lopen omdat het dorp alleen is te bereiken via smalle paden en trappen. Onze tassen worden door dragers, tegen een kleine vergoeding, naar boven gedragen. Na een stevige klim komen we in het houten hotel. De tassen brengen we gelijk op de kamers en we eten wat op het ‘zonneterras’ van het hotel vanwaar we heerlijk genieten van het fraaie uitzicht.

Later die middag maken we nog een mooie wandeling langs twee uitkijkpunten. De route loopt dwars door de rijstterrassen die, zover je kunt kijken, tegen de bergwanden zijn aangelegd. De glinstering van het water in de terrassen en het mooie groen levert prachtige plaatjes op waarvan we dan ook volop genieten.

’s Avonds gaan we uit eten in de plaatselijke bistro. Ze serveren hier speciale bamboerijst. De rijst is, met groente en vlees, in een stuk bamboestam geperst en deze word vervolgens in een vuurtje opgewarmd. Het stuk bamboe wordt in tweeën gesplitst en de rijst word in een halve stam opgediend. Het smaakt heerlijk, evenals de overige gerechten die we besteld hebben.

Dag 17: Ping’an (30 mei)

Niets op het programma voor vandaag, dus eerst maar eens proberen wat uit te slapen. Om 8 uur zijn we opgestaan, daarna ontbijten en plannen maken voor de rest van de dag.
Frans en Yvonne willen graag de route lopen vanuit het dal terug naar boven naar het dorp Ping’an. Dat lijkt ons wat te ver, en vooral teveel klimmen, dus kiezen we ons eigen pad.

We besluiten via uitkijkpunt 1 naar het volgende dorp, Zhongliu, te lopen. Dit blijkt toch ook nogal een aardige afstand. Na ongeveer twee uur lopen door prachtig bosgebied, langs vele rijstterrassen en veel bergop en af, zien we in de verte de eerste houten huizen van Zhongliu. Het lijkt dan nog best een aardig stuk lopen te zijn met ook nog het nodige klim werk langs smalle paden en trappen, maar we besluiten door te lopen tot het dorp en daar dan een bus of taxi terug naar Ping’an te nemen.
Het loopt echter iets anders. In Zhongliu blijkt echt helemaal niets te beleven, er is zelfs niet eens een mogelijkheid om iets te eten. Twee lokale Chinese dames, die ons al zo’n uur lang volgen, willen ons wel helpen maar dan moet daar wel een aardige vergoeding tegenover staan. We proberen, met handen en voeten, duidelijk te maken dat we vervoer naar Ping’an willen en of zij iets kunnen regelen. Dit lijkt niet te lukken, of ze willen meer geld. Na lang “praten” lijkt het toch niet te lukken en besluiten we om dan maar terug te lopen.

Na een lange tocht van ruim 5 uur komen we vermoeid aan in het hotel. Ook Frans en Yvonne arriveren kort daarna van een zware, maar mooie, wandeling.

Omdat we onderweg weinig hebben gegeten besluiten we om half zes een restaurantje te zoeken. Dit is snel gelukt, en na een goede maaltijd keren we voldaan terug in het hotel.
Na een heerlijke douche is het tijd om onze broodnodige rust te pakken.
Morgen vertrekken we rond 09.00 uur richting Yangshuo.